Kolonievogels

Veel kolonievogels worden in Nederland al lange tijd geteld, soms al bijna een eeuw. De jaarlijkse telling van alle soorten onder coördinatie van Sovon is gestart in 1985.

Doel
De jaarlijkse aantallen en verspreiding vastleggen van 17 soorten kolonievogels.

Welke soorten?
De inventarisatie richt zich op:
Aalscholver, Blauwe Reiger, Purperreiger, Lepelaar, Zwartkopmeeuw, Kokmeeuw, Stormmeeuw, Zilvermeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Grote Stern, Visdief, Noordse Stern, Dwergstern, Zwarte Stern, Oeverzwaluw, Huiszwaluw en Roek.

Minder typische, lastig te tellen en zeldzame kolonievogels blijven buiten beschouwing. Deze vallen onder het Broedvogel Monitoring Project. Voorbeelden zijn: Grote en Kleine Zilverreiger, Kluut, Grote Mantelmeeuw, Gierzwaluw, Kauw.

Werkwijze

  • Jaarlijks dezelfde inventarisatiemethode aanhouden
  • Minimaal 2x aantal nesten of paren tellen
  • Kolonie tellen in meest geschikte periode van het broedseizoen en de dag
  • Bewoonde of recent gebruikte nesten tellen, of paren en volwassen individuen in kolonie
  • Indien betreding kolonie nodig is: zeer voorzichtig zijn, verstoring minimaliseren!
  • Nieuwe kolonie aanmelden, verlaten kolonie doorgeven
  • Hoogste aantal nesten of paren aanhouden, of aantal individuen delen door 1,5

Graag tenminste twee jaar tellen. Hoe langer de tijdreeks, hoe waardevoller.
Meer toelichting op de werkwijze vind je in de handleiding. Soortspecifieke tips staan onder Telmethoden/Broedvogels

Resultaten
Eerste impressies verschijnen in Sovon-Nieuws en provinciale nieuwsbrieven, meer uitgewerkte overzichten in het Broedvogelrapport.

Meedoen

Iedereen kan meedoen die de bedoelde kolonievogel(s) herkent. Je kunt een bestaande kolonie die vacant is gaan tellen, of zelf een nieuwe kolonie aanmaken via deze kaart.