Overleving jonge Grutto's
In opdracht van Vogelbescherming Nederland wordt sinds 2012 ieder jaar een schatting gemaakt van het aantal jonge Grutto's dat groot wordt. De analyse wordt gemaakt op basis van de ringgegevens van het langjarige grutto-onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en tellingen van jonge Grutto's onder leiding van Gerrit Gerritsen. Sovon berekent hoeveel jongen er ongeveer vliegvlug werden en of dat dit voldoende is om de huidige populatie op peil te houden.
In de afgelopen jaren zijn aan de hand van waarnemingen van gekleurringde juveniele Grutto’s na afloop van het broedseizoen schattingen afgeleid van het aantal jongen dat in Nederland uitvloog. Doel hiervan is het monitoren van de ontwikkeling in het broedsucces van de Nederlandse gruttopopulatie. Een ontoereikend reproductiesucces is een belangrijk mechanisme achter de gestage aantalsafname van deze soort. De methode baseert zich op waarnemingen van vliegvlugge jongen die eerder als kuiken zijn voorzien van kleurringen, op een groot aantal zomerpleisterplaatsen verspreid over Nederland. Na het uitvliegen mengen de gekleurringde vogels zich tussen hun niet geringde soortgenoten. In de pleisterende groepen kan dan worden bepaald welk aandeel van de jonge vogels kleurringen draagt.
Hans Schekkerman
Senior onderzoeker