Uitbraak vogelgriep treft broedvogels

De uitbraak van de hoog-pathogene vorm van vogelgriep (HPAI), die de afgelopen winter vooral bij Brandganzen voor veel sterfte zorgde, maakt dit voorjaar ook slachtoffers onder broedvogels. Het is voor het eerst dat een HPAI virus zo lang nadrukkelijk aanwezig is onder wilde vogels in Nederland.

Eerdere uitbraken van HPAI stammen H5N1 en H5N8 in pluimvee en in wilde vogels doofden in de loop van de winter uit. De langdurige epidemie zorgt er nu voor dat ook jonge vogels en zomergasten in aanraking kunnen komen met het virus.

Kuiken Zeearend slachtoffer

In april werd nabij Onnen in de provincie Groningen een dood kuiken van een Zeearend op het nest aangetroffen. Het vermoeden was al gauw dat het kuiken slachtoffer was geworden van vogelgriep. Dat werd door het Groninger Landschap bevestigd na onderzoek door het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en Wageningen University & Research. Op het nest lagen rondom het kuiken resten van Brandganzen, die door de ouders waren aangesleept. Door het eten van kadavers van besmette vogels kunnen roofvogels en aaseters zelf ook besmet raken. Het is aannemelijk dat het zeearendkuiken het virus langs deze weg heeft opgelopen.

Opletten in meeuwenkolonies

Vanwege het besmettingsrisico bij aaseters is het belangrijk om ook meeuwenkolonies dit broedseizoen goed in de gaten te houden. De vogels leven daar dicht bij elkaar, wat voor verdere verspreiding van het virus ideaal is. Sterfte onder kuikens in kolonies is een normaal fenomeen, maar bij opvallend veel sterfte is het raadzaam om contact op te nemen met het DWHC of de NVWA om te laten onderzoeken of vogelgriep de oorzaak is. Dat geldt overigens ook voor andere vogelsoorten, met name soorten die in waterrijke omgeving broeden.

Een jonge Grauwe Gans vertoont symptomen van besmetting met HPAI (Video: Leon Kelder)

Zorgen over ruiconcentraties

Hoe het HPAI virus zich de komende tijd zal gedragen is onzeker. Vogelgriep-experts hebben nog steeds goede hoop dat de uitbraak snel uitdooft. Hopelijk gebeurt dit voor de najaarstrek, want door de aanvoer van jonge vogels die nog niet met het virus in aanraking zijn geweest, kan het virus weer een opleving krijgen. Wel zijn er zorgen over de ruiperiode, die voor sommige soorten watervogels al begonnen is. Veel soorten vormen ruiconcentraties, waarbij wederom veel vogels dicht bij elkaar zitten. Ook hiervoor geldt dat vogelaars alert moeten zijn op ongewone sterfte. Aangezien botulisme in de zomer ook geregeld voor sterfte zorgt, is het goed om dode vogels te laten testen om uitsluitsel te krijgen over de sterfteoorzaak.

Blijf dode vogels melden

Mocht je dode vogels aantreffen, dan is het is belangrijk om deze vogels te melden, zodat ze eventueel onderzocht kunnen worden op vogelgriep. Hiermee wordt een beter beeld verkregen op welke plekken vogelgriep nog aanwezig is. Het melden van dode vogels kan via de websites van Sovon en het DWHC. Als er drie of meer watervogels (zwanen, ganzen en/of eenden) op dezelfde plaats liggen, dan moeten deze worden gemeld bij het Landelijk Meldpunt Dierziekten van de NVWA via telefoonnummer 045-546 31 88. Uit voorzorg wordt je gevraagd om deze vogels niet aan te raken.

In dit schematische overzicht (pdf) staat welke vogels waar moeten/kunnen worden gemeld en bij wie je moet zijn voor het laten opruimen van dode vogels.