Wadvogels in 36 landen tegelijk geteld
Veel noordelijk broedende steltlopers nemen in aantal af, of verschuiven met hun winterverspreiding naar het noorden. Dat blijkt uit de nieuwste rapportage van de flyway-telling die door Sovon wordt gecoördineerd namens het Wadden Sea Flyway Initiative. Iedere drie jaar worden de aantallen wadvogels langs de Oost-Atlantische trekroute tussen het Arctisch gebied en Zuid-Afrika simultaan geteld. Het doel hiervan is om de ontwikkelingen te volgen van watervogels die gebruikmaken van de Waddenzee en andere wadgebieden.

Het nieuw verschenen rapport vat de resultaten tot en met de laatste grootscheepse telling in 2023 samen. Verspreid over 36 landen bundelden ruim 13.000 vogeltellers hun krachten om in januari tegelijkertijd watervogels te tellen. Dat gebeurde in zeker 7000 gebieden, van Noorwegen tot in Zuid-Afrika. Op basis van deze regelmatig herhaalde en systematisch uitgevoerde tellingen is het mogelijk om de ontwikkelingen van watervogelpopulaties te volgen die ook gebruikmaken van de Waddenzee, of waarmee deze soorten in andere gebieden gezamenlijk voorkomen.

De publicatie
Het rapport laat resultaten van 67 verschillende soorten en 88 populaties zien. In totaal neemt van de gevolgde populaties 42% toe, 33% af en is 25% stabiel sinds 1980. Sommige soorten hebben meerdere populaties, zoals de Kanoet, waarvan één ondersoort in West-Afrika overwintert (canutus) en de andere ondersoort (islandica) in West-Europa. Voor het eerst zijn in de rapportage de verschillen in trends per gebied op een rij gezet. In aanvullende hoofdstukken door auteurs van veel andere organisaties en landen worden (mogelijke) oorzaken besproken en wordt ingezoomd op specifieke gebieden en onderwerpen.
Het rapport lezenSteltlopers in het nauw, positieve ontwikkelingen viseters
Ondanks dat de ontwikkelingen per soort verschillen, vallen enkele algemene patronen op. Projectleider Marc van Roomen van Sovon: ‘Bij veel steltlopers die in het hoge noorden van Siberië broeden en in West Afrika overwinteren zien we afnames. De telling in 2023 bevestigde dat opnieuw.’ Het gaat dan om soorten als de Krombekstrandloper, de canutus ondersoort van de Kanoet en de Kleine Strandloper. Ook de verspreiding van sommige steltlopers verandert. Naar verhouding blijven bijvoorbeeld steeds meer Kluten, Zilverplevieren en Wulpen in Europa overwinteren. Van Roomen: “Hoewel onze monitoring dat niet kan bewijzen, is het waarschijnlijk dat klimaatverandering bij zowel de afnames als de verandering in verspreiding een rol speelt.” Daar staat tegenover dat veel visetende vogels, zoals pelikanen, Aalscholvers en Lepelaars, in aantal toenemen.
Tellingen en onderzoek laten belang gebieden zien
De Oost-Atlantische trekroute (flyway) bestaat uit een keten van waterrijke gebieden. Veel trekvogels maken tijdens hun tocht van en naar de overwinteringsgebieden allerlei tussenstops. Niet altijd is de Waddenzee het eindpunt, maar het gebied vormt een enorm belangrijke schakel in de flyway. Jaarlijks maken naar schatting ruim 10 miljoen watervogels gebruik van dit gebied. Het rapport laat zien in hoeverre de ontwikkelingen in afzonderlijke gebieden afwijken van andere gebieden, of van de flyway-trend als geheel. Zo blijken Kluten, Scholeksters en Zilvermeeuwen in de Waddenzee sterker af te nemen dan in andere gebieden langs de trekroute.
Samenhang tussen gebieden
Kennis van de ontwikkelingen per gebied en samenhang tussen gebieden kan gebruikt worden om gerichtere beschermingsmaatregelen te nemen. Eén van de extra hoofdstukken in het rapport toont bijvoorbeeld de trekbewegingen van steltlopers met zenders die van de Portugese Taagdelta gebruik maken, een gebied waar een uitbreiding van een vliegveld werd overwogen. In deze delta komen Zilverplevieren die broeden in Siberië, Grutto’s uit Nederland en IJsland en Tureluurs uit Frankrijk en Nederland samen tijdens hun reis. Uitbreiding van het vliegveld en de daarmee gepaard gaande negatieve effecten op de aanwezige watervogels zou daarmee een veel grotere doorwerking hebben dan op de aantallen in de delta alleen.

Over de telling
Sinds 2012 hebben de Waddenzeelanden Denemarken, Duitsland en Nederland de handen ineengeslagen in het Wadden Sea Flyway Initiative. Het doel is om vogelpopulaties die gebruik maken van de Waddenzee te volgen en beter te beschermen. Daar is de hele trekroute, van het Arctisch gebied tot in Zuid-Afrika mee gemoeid. Allerlei partners werken mee aan het initiatief, waar de integrale telling een belangrijk onderdeel van is. De flyway-telling wordt gecoördineerd door Sovon samen met Wetlands International en BirdLife International. Vanuit Nederland dragen het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Vogelbescherming Nederland financieel bij. De volgende integrale telling vindt plaats in 2026.