Zangvogels dit voorjaar veel vroeger terug uit Afrika

Veel soorten zangvogels die in Afrika overwinteren, arriveren dit jaar een stuk eerder massaal in Nederland. Braamsluipers, Nachtegalen en Bonte Vliegenvangers werden minstens een week eerder dan normaal al in flinke aantallen gemeld. Dat blijkt uit gegevens van LiveAtlas, waarmee vogeltellers een actueel beeld van de aanwezigheid van vogels bijhouden. Deze vroege aankomst is heel opvallend en lijkt samen te vallen met sterke zuidelijke stroming over de Sahara.

Nachtegaal
Nachtegaal (foto: Hans Schekkerman)

Zoals ieder voorjaar kijken vogelaars halsreikend uit naar de ‘eerstelingen’. De eerste Tjiftjaf, Zwartkop, Boerenzwaluw… het maakt wat los bij ons, het voorjaar komt eraan! Wanneer deze trekvogels terugkeren en hoe massaal, blijkt uit vogeltellingen die iedere dag worden uitgevoerd binnen het telproject LiveAtlas. Dagelijks voeren vogelaars voor dit project tussen de 100 – 200 complete vogellijsten in.

Erg vroeg

Eind maart kreeg Sovon signalen dat dat sommige trekvogels die ver ten zuiden van Nederland overwinteren heel vroeg terugkeerden. Veel waarnemers meldden dat ze de ‘vroegste ooit’ hadden gehoord of gezien. Een eerste snelle analyse laat zien dat 15 vogelsoorten die in Afrika overwinteren gemiddeld zo’n 6 dagen eerder arriveerden dan in de vier jaar ervoor. De kroon spant de Braamsluiper, die gemiddeld maar liefst 10 dagen eerder aankwam. Ook de Nachtegaal, en Bonte Vliegenvanger waren gemiddeld genomen 8 dagen eerder. In moerasgebieden lieten Sprinkhaanzangers, Snorren en Rietzangers zich ongeveer een week vroeger horen. Niet iedere soort keert dit voorjaar eerder terug: Boerenzwaluwen volgen vooralsnog het gemiddelde patroon van de afgelopen vier jaar. Ook zijn er nog allerlei Afrikagangers die nog moeten terugkeren.

LiveAtlas - vervroegde aankomst 2024
15 vogelsoorten die in Afrika overwinteren. Gemiddeld kwamen ze zo’n zes dagen eerder terug dan in de vier jaar ervoor. (Zwartkop en Tjiftjaf overwinteren ook in Zuid-Europa en in Nederland). Illustraties: Elwin van der Kolk

Download de figuren als pdf

Snelle terugkeer

De massaliteit waarmee enkele soorten terugkwamen verschilt ook ten opzichte van het gemiddelde van 2020-2023. Dat is te zien aan de snelheid waarmee de meldingsfrequentie toeneemt. Deze toename was bij veel soorten wel 2-3 keer zo hoog als het gemiddelde over de voorgaande 4 jaar. Zo hadden we begin april ook te maken met een sterke influx van de Boompiepers. Ook de Snor en Nachtegaal waren vóór 8 april al massaal aanwezig, terwijl het dan normaal gesproken nog maar om weinig vogels gaat. Ook hier valt vooral de Braamsluiper op met een enorme toename vóór 15 april. De soorten die het snelste toenamen kwamen vooral aan tussen 5 en 10 april. Wat is hier aan de hand?

Wind in de rug

De vroege én snelle terugkeer valt precies samen met een sterke zuidelijke windstroom vanaf de Sahara tot ver in Noordwest-Europa tussen 5 en 8 april. Deze wind bracht overigens ook veel woestijnstof met zich mee, dat veel mensen die dagen op hun autoruiten vonden. De zangvogels waarvan de aankomst zo vroeg en snel verliep, komen bijna allemaal uit de regio net onder de Sahara: de Sahel en de tropische zone van West-Afrika. Deze kleine trekvogels vliegen ’s nachts en op grote hoogte. Het lijkt erop dat de sterke rugwind ze in grote aantallen heeft voortgestuwd en veel vogels eerder deed arriveren. Wind is een belangrijke factor tijdens de vogeltrek tussen winter- en broedgebieden (zie onder andere dit artikel). Dat de Braamsluiper, die in Oost-Afrika overwintert, zo veel eerder arriveert is het meest opvallend. Mogelijk profiteerde deze soort extra doordat de wind boven Afrika vanuit het oosten naar het noordwesten waaide en zo extra voordeel opleverde.

Bonte Vliegenvanger
Bonte vliegenvangermannetje (foto: Harvey van Diek)

Veranderingen in fenologie

De terugkeer van zomervogels varieert tussen jaren maar verandert ook over de lange termijn. Deze veranderingen zijn goed in kaart te brengen met vogeltellingen, waarmee niet alleen het eerste exemplaar van een vogel geregistreerd wordt, maar alle waargenomen exemplaren worden geteld. Zo laten tellingen vanaf telposten zien dat soorten als de Boompieper en Oeverzwaluw hun trekperiode sinds 1980 wel twee weken vervroegd hebben. Voor vogels die ’s nachts (onzichtbaar) trekken, leveren de dagelijkse tellingen van LiveAtlas sinds 2019 niet alleen hele snelle signalen op, maar ook een reeks waar meer analyses mee gedaan kunnen worden. Specifieker onderzoek naar soorten zoals de Bonte Vliegenvanger (zie ook dit blog) laat zien dat deze soort in de loop van de jaren ook wat eerder aankomt, een aanpassing op de steeds vroegere lente in Europa. Klimatologische veranderingen zorgen bij veel soorten ook voor het vroeger leggen van eieren.

Maar of al die eerder aangekomen zangvogels dit voorjaar ook eerder gaan broeden, is geen vanzelfsprekendheid en is nog niet te zeggen. Inmiddels hebben we vooral te maken met noordelijke stroming in ons deel van Europa. Dat kan juist voor vertraging van de trek zorgen. Bij veel zangvogels arriveren de vrouwtjes iets later in de broedgebieden en deze timingsverschillen kunnen nu bijvoorbeeld nog groter zijn dan in andere jaren. Kortom, genoeg redenen om de aankomst van trekvogels en start van het broedseizoen met veel interesse te volgen. We zijn benieuwd naar alle broedvogeltellingen, LiveAtlas-lijsten en nestkaarten die meer inzicht zullen gaan geven.

Vogelteller in actie

De vogelbevolking van ons land is voortdurend in beweging. Deze ontwikkelingen brengen we samen in beeld in de LiveAtlas, de laagdrempeligste manier om mee te doen aan vogeltellingen.

Tijd
1 out of 5 stars
Kennis
3 out of 5 stars