Drie mezen in MUS
In het Meetnet Urbane Soorten (MUS) worden de aantallen van alle mezen die in ons land voorkomen vastgesteld. Van drie mezensoorten hebben we een betrouwbare trend en deze laten verschillen zien in MUS.
Deze drie mezen zijn de Pimpelmees, Koolmees en Staartmees. De laatste is geen echte mees maar hoort bij de staartmezenfamilie. De Pimpelmees is de enige mezensoort die in MUS een lichte toename laat zien. Ook op landelijk niveau is een toename te zien. Deze is echter groter dan de toename die MUS weergeeft. De grotere - en dominantere - Koolmees geeft in MUS een lichte afname. Dit is tegengesteld aan de landelijke trend die een lichte toename laat zien. Landelijk is de toename van de Pimpelmees groter dan die van de Koolmees, dus daar is ook enig verschil te zien..
Urbaan gebied minder geschikt?
In vergelijking met de landelijke trends van de Koolmees en Pimpelmees steken de trends in urbaan gebied een beetje magertjes af. Beide mezen zijn typische bosvogels en broeden in holen. Favoriete nestplaatsen zijn boomholtes en nestkasten. In urbaan gebied zijn vooral nestkasten volop aanwezig en deze worden door beide soorten volop gebruikt. Er lijkt dus geen sprake van woningnood bij de mezen. De Pimpelmees heeft echter meer keus dan de grotere Koolmees. Pimpelmezen kunnen namelijk zowel in de nestkasten die door hun opening geschikt zijn voor de Koolmees, als in kasten die alleen voor Pimpelmezen geschikt zijn.
Urbaan gebied is in principe een secundair habitat voor deze bossoorten. Maar het heeft ook een aantal voordelen zoals een milder klimaat, volop nestgelegenheid en daarnaast wordt in veel tuinen bijgevoerd. Blijkbaar zorgen deze voordelen niet voldoende voor een (meer) positieve ontwikkeling. Wellicht is het voorkeursvoedsel (rupsen) in het voorjaar minder aanwezig of loopt de aanwezigheid van rupsen niet synchroon met het uitkomen van de eieren? Of misschien is het broedsucces in urbaan lager dan bij de soortgenoten in de bossen?
Staartmees in de min
De Staartmees laat een dramatische afname zien in MUS en deze is groter dan de afname die bij de landelijke trend is te zien. Een deel van de mogelijke oorzaken van de afname van de Koolmees en Pimpelmees kunnen ook opgaan voor deze langstaartige mees. Staartmezen zijn struikbroeders en geen holenbroeders. Met struikbroeders gaat het in urbaan gebied sowieso minder goed doordat er steeds minder struiken zijn en door de verstening van tuinen en de openbare ruimte (lees ook: Struikvogels in stedelijk gebied in de problemen | Sovon). We gaan zien en tellen hoe het deze soorten in het komende voorjaar vergaat.
Meer info
Meedoen met MUS? Meetnet Urbane Soorten (MUS) | Sovon
Meld je aan voor de startavond Online startavond MUS | Sovon
Jan Schoppers
Senior veldmedewerker en meetnetcoördinator MUS