Struikvogels in stedelijk gebied in de problemen
MUS levert voor meer dan 70 soorten een trend van broedvogels in urbaan gebied. Vaak geven trends een duidelijker beeld als je soorten combineert naar habitat en/of nestplaats.
Jaarlijks geeft onze partner het CBS zo’n overzicht in het Compendium voor de Leefomgeving. Soorten van water en moeras & bebouwing laten een positieve trend zien. Bij de gebouwbroeders is er een kanttekening, als de Slechtvalk niet wordt meegenomen in de trendberekening dan gaat deze groep in de min. Ook de vogels van bos & park, open groen en met name van struik & struweel is er een afname.
Enkele struikvogels uitgelicht
De vogels van struiken en struwelen zitten dus in de hoek waar de klappen vallen. In figuur 1 is de trend van een aantal weergegeven in MUS. De Roodborst laat een positieve trend zien maar Heggenmus, Winterkoning en Zanglijster een negatieve.
Het zijn alle vier standvogels of korte afstandstrekkers, broeden vooral in stuiken en heggen en zijn ook bodemfoerageerders. Daarnaast lijken ze ook vatbaar voor besmetting met het Usutu-virus. Bij de Merel kwam dat effect heel duidelijk naar boven uit onze tellingen. Collega Jurrian van Irsel heeft recent zijn proefschrift verdedigd met de titel From Mosquitoes to Birds: Unravelling the Role of Avian Hosts in Vector-Borne Pathogen Dynamics. Daarin behandelt hij Usutu en de Merel en ook de vier soorten in figuur 1.
Usutu
Over de Merel hebben we al eerder bericht in MUS en daar was een duidelijk verband met de Usutu-uitbraak in 2016-19. Maar Roodborst, Winterkoning, Heggenmus en Zanglijster zien we ook in die jaren duidelijk afnemen. Daar is waarschijnlijk Usutu ook de oorzaak. De Roodborst heeft zich daarna herstelt maar de drie andere soorten blijven achter en dan vooral de Heggenmus. Mooi dat onze MUS-telling en het onderzoek van Jurrian elkaar daarin versterken.
We gaan zien en tellen hoe het deze soorten in het komende voorjaar vergaat.
Jan Schoppers
Senior veldmedewerker en meetnetcoördinator MUS