Vogelteller in de kijker - Eric Marteijn

Op een mooie zondagmorgen in maart 1977 fietste ik (Eric Marteijn) door Atlasblok 54-13 rondom ‘mijn’ dorp IJzendijke in West Zeeuws-Vlaanderen. Overal roepende mannetjes Patrijs, die ik netjes intekende op een kladkaartje. Ik telde er zonder gebruik van geluid precies 49.

Eric Marteijn
Eric Marteijn op zijn vaste plek op telpost Breskens

Ik weet het nog zo goed omdat ik om 12 uur bij mijn moeder aan tafel verwacht werd en ik zo graag de magische grens van 50 wilde bereiken. Deze telling was een deel van mijn bijdrage aan de eerste Atlas van Sovon. 

Wie is Eric Marteijn?

Mijn naam is Eric Marteijn (1958, IJzendijke) en al meer dan 50 jaar enthousiast vogelteller.  Samen met Caro woon ik tegenwoordig buitendijks aan de Westerschelde bij Breskens. De Hooge Platen met tienduizenden steltlopers en ganzen voor de deur en op 4 km van Telpost Breskens. Ortolaan, Hop, Sneeuwgors, Vis- en Zeearend als ‘woonkamer- of keukensoort’. Net met pensioen, dus als het aan mij ligt ben ik nog lang niet uitgeteld (letterlijk én figuurlijk).

Mijn eerste vogelervaringen zijn er al vroeg op de lagere school: nesten zoeken (nee, niet uithalen) en als ‘drijvertje’ mee met mijn buurman die jaagde. Zo ontdekte ik dat er ook Goudplevieren, Kuifeenden en Houtsnippen bestonden….. beteuterd en bewonderend stond ik er mee in mijn handen. 

Al vroeg lid van ‘t Duumpje

Op mijn vijftiende was ik inmiddels actief lid van de regionale Natuurbeschermingsvereniging ’t Duumpje (dialect voor Winterkoning). Ik was meteen enthousiast over de ganzentellingen in de polder en op de slaapplaats Hooge Platen. Ook de midwintertellingen vond ik super. Ik had toen al een ‘tik-teller’ en telescoop. En ik was al snel actief lid van de Stichting Kritisch Faunabeheer. Ik had te veel misstanden gezien. 

Dromen mag

Mijn droom was ornitholoog worden en het grootste deel van mijn studie Biologie in Utrecht probeerde ik vooral ‘buiten met vogels’ door te brengen. Ik studeerde af bij het NIOZ op Texel op de ‘dynamische snavelvorm van de Scholekster’ (zie Ardea).  Onder leiding van Kees Swennen en met mijn eeuwige studievriend Mardik Leopold deden we jarenlang niets anders dan vogelonderzoek in welke vorm ook op de Waddenzee. Hij stimuleerde mij om het artikel over het voedsel en voorkomen van de IJslandse Grutto in de Westerschelde te schrijven (zie Limosa) en nam me mee voor watervogelonderzoek in de Straat van Malakka. Urenlang voedselgedrag protocolleren van Roodkeelstrandlopers, Aziatische Grijze Snippen en Mongoolse Plevieren leverde me 13 zelf ontdekte foeragerende Lepelbekstrandlopers op (zie Siam Society 1988)).  Ik schreef een half Vogeljaar vol over de bedreigde kustbiotopen in Zuidoost-Azië. Ik besef nu pas hoe bijzonder dat allemaal was.

Telpost Breskens

Ondertussen bleef ik tellen in mijn eigen streek in weekenden en vakanties. Ook had ik met Thijs Kramer de Telpost Breskens ‘ontdekt’. Ongeloofwaardige verhalen die ik op de LWVT (Landelijk Werkgroep Vogel Trektellingen) op de studeer kamer van Robert Kwak in Arnhem vertelde, bleken waar te zijn. Breskens was een fenomeen en werd jaar na jaar bekender én drukker. Sovon-medewerkers zijn er inmiddels kind aan huis. 

Ornitholoog

In 1984 ging ik werken bij de Deltadienst van Rijkswaterstaat…als ornitholoog. Hier ontstond mijn eeuwige vriendschap met Peter Meininger. Hij leerde me dat tellen noodzakelijk was én er over publiceren nog belangrijker. Een gezamenlijk eerste artikel over Kraanvogels in Zeeland (zie Vogeljaar), vele andere zaken en in 2022 ons Magnus Opus ‘ Avifauna Zeelandica’. Een uitgave van Sovon.

Inmiddels tel ik meer dan 40 jaar PTT routes in mijn streek, heb ik meegewerkt aan de vier atlassen van Sovon, deed ik BMP en doe ik MUS, hebben we lange reeksen van Huiszwaluw en Roodborsttapuit, tellen we slaapplaatsen van reigers, Aalscholvers en Wulpen etc. Allemaal samen met onze Vogelwerkgroepen van ’t Duumpje en De Steltkluut (Henk Castelijns).

Rode draad

Watervogels tellen én beschermen is wel de rode draad in mijn vogelleven. Ook als lid, ledenraadslid, bestuurslid en wetlandwacht van Vogelbescherming Nederland.  En ook meer dan 10 jaar als voorzitter van WIWO, die vele watervogelexpedities uitvoerde in de Oost-Atlantische Trekroute.  Ik was regelmatig ook deelnemer: met Arend van Dijk de eerste zomertelling van Banc d’Arguin (Mauritanië), moeras en rietvogels met Rob Bijlsma in Ghana, de Nijldelta (Egypte) met Peter Meininger en de kusten van Gabon met Frans Schepers (zie WIWO rapporten).

Ik was ongelooflijk verrast én vereerd om voor al dit werk in 2019 als Ridder in de Orde van Oranje Nassau beloond te worden. 

Als teller heb ik minimaal twee stokpaardjes: ik wil graag dat ‘mijn’ gebieden goed meedoen in het landelijke beeld (Westerschelde, West-Zeeuws-Vlaanderen, Zeeland, Breskens) én ik hou van ‘rokende’ tiktellers dus stevige getallen: meer dan 3000 Patrijzen tellen in een kerstvakantie, een ochtend met bijna 700 Zomertortels op Telpost Breskens en meer dan 700 Strandplevieren op een zandplaat langs de Westerschelde. Verder tel ik uiteraard gedisciplineerd mijn ‘akkerwoestijn-blokken’ voor LiveAtlas hoor. 

Ik ben geen soortenjager maar ik genoot wel van mijn zelf ontdekte soorten als Terekuiter, Griel, Ortolaan, Grijze Wouw en Slangenarend.

Hoe nu verder? 

Er is van alles veranderd in de afgelopen vijftig jaar én eigenlijk is er niets veranderd. Afgelopen januari stond ik weer de ganzenslaapplaats van de Hooge Platen te tellen en deze maand tel ik weer Patrijzenroutes (nu met geluid). Ik draag bij aan de Zeeuwse Natuur als lid van de Raad van Toezicht van Het Zeeuwse Landschap.

Het was wel bijzonder om na ruim 40 jaar Rijkswaterstaat te solliciteren voor de functie als Ledenraadslid van Sovon.  Ik schreef: ‘Ik ben van nature een netwerker, maak makkelijk contact met zowel de mensen in het veld als met bestuurders, ben sterk gericht op samenwerking en verlies resultaatgerichtheid nimmer uit het oog. Daarnaast ben ik creatief in het zoeken naar oplossingen en geloof erg in het credo van ‘no roads, only directions’. Ik ben extravert,  spreek makkelijk uit en aan, ben omgevingsbewust en word gewaardeerd om mijn politieke en bestuurlijke sensitiviteit.’

Het was voldoende om ze over de streep te trekken. Ik ga me vol voor Sovon inzetten de komende jaren. Ik voel me erg betrokken bij de komende nieuwe Atlas. Uiteraard met een speciaal oog dat Zeeland zijn huiswerk goed zal maken. 

En met Peter werk ik nu aan een artikel voor Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Voor het komende themanummer ‘Zeeuwse Natuur ‘ schrijven we over de telpost aller telposten  (voorjaar). Ik hoop dat mijn ‘vogeltelziekte’ ongeneeslijk is.