Geelpootmeeuw

Wetenschappelijke naam

Larus michahellis

Engelse naam

Yellow-legged Gull

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :13900
Broedpopulatie

10-20 (2013-2015)

Geschat maximum winter

150-300 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

100-500 (2008-2012)

Geelpootmeeuw

Larus michahellis

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

20 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Individuen of paren met de kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: baltsende volwassen vogels, nestbouw, fel alarm, vogel in broedhouding, voedseltransport, vogel met pulli etc. Speciale attentie nodig voor samenstelling mengpaar.
LET OP: Adulte niet-broedvogels kunnen al in juni vanuit Zuid- en Midden-Europa arriveren en sommige blijven wellicht jaarrond aanwezig (maar vertonen geen nestindicerend gedrag). Vliegvlugge jongen kunnen van elders zijn.
Bijzondere aandacht nodig in Maasvlakte/Europoort-gebied. Gebied zou in verleden tot enkele tientallen paren hebben gehuisvest, maar huidige situatie onbekend. Nader onderzoek zeer gewenst!

Interpretatie

Nest of nestindicerende waarneming. Anders: 2 waarnemingen van volwassen vogels tussen 20 mei - 15 juni.

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Graag goed documenteren, met per waarnemingsdatum hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Soort breidt al decennia lang broedareaal noordwaarts uit, broedt nu geregeld halverwege Frankrijk en Duitsland, en nestelt sinds jaren tachtig ook in Nederland, voorzover bekend steeds als mengpaar met Kleine Mantelmeeuw of Zilvermeeuw. Kritisch blijven met soortdeterminatie en oppassen voor nazaten van Zilvermeeuw x Kleine Mantelmeeuw-paren.

Broedbiologie

Nestelt veelal tussen Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen en in dezelfde biotopen, maar ook (in Midden-Europa) in binnenland langs rivieren en grote plassen, zowel op natuurlijke plekken (graag eilandjes) als anthropogene (palen, bruggen, stuwen, nestvlotjes). Eileg (Duitsland!) begin april tot begin juni, vooral mei. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren, broedduur 27-31 dagen, jongen (nestvlieders) vanaf 5 weken vliegvlug en vanaf 6-8 weken zelfstandig.

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen juli-oktober.

Tijd van de dag

Van 2 uur na zonsopgang tot 3 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Vaak gemengd met andere meeuwen of steltlopers
- Kans op verwarring met geelpotige Zilvermeeuwen vooral in winter reëel
- Onvolwassen kleden lastig herkenbaar
- Vogels gebruiken dezelfde slaapplaatsen als andere meeuwen en zijn daar doorgaans niet te tellen; zitten soms echter groepsgewijs aan het begin van de avond bijeen
- Noordwaartse trek vanuit Zuid-Europa vanaf eind juni, terugtrek vooral september-oktober