Zwarte Wouw

Wetenschappelijke naam

Milvus migrans

Engelse naam

Black Kite

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

3 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

uiterst klein aantal

Zwarte Wouw

Milvus migrans

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m juli

Datumgrenzen

20 april t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag, met enige nadruk op periode 09.00-12.00 u en van 16.00 u tot zonsondergang.

Aanwijzingen

Bij waarnemingen van paren of individuen in potentieel broedbiotoop (vooral moerasbos) letten op territorium- of nestindicerend gedrag: balts (eerst paarsgewijs zweven boven broedgebied, met soms speelse 'schijnaanvallen' en duikvluchten; man kan blijven baltsen terwijl vrouw broedt; veel roepen), slepen met nestmateriaal (doorgaans dicht bij nest verzameld) en voedseltransport (let op: man bevoorraadt broedende vrouw op nest, vrouwtje gaat pas zelf jagen wanneer jongen halfwassen zijn; jagend tweetal tussen half april-half juni dus bepaald geen broedindicatieve waarneming). Nest (vaak verrassend klein, indien nieuw gebouwd) wordt opgesierd met vodden of plastic in nestkom.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel naar nest, alarm, afvliegende ouder, jongen op nest) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 20 april t/m 15 juli en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

2000 m

Documentatie

Uitermate zeldzame broedvogel, al lijken broedgevallen iets frequenter voor te komen. Uitgebreide documentatie noodzakelijk; per datum waarnemingen beschrijven incl. broedcode.

Bijzonderheden

Balts(achtig)gedrag komt niet alleen bij broedplaats voor maar ook bij slaapplaats. Bij twijfel omtrent broeden kan het bos na de bladval nog worden bezocht: typisch wouwennest is goed herkenbaar aan rommel op nest.

Broedbiologie

Nestelend in halfopen landschappen, doorgaans in de buurt van visrijke wateren, vooral in moerasbos (graag in kolonie Blauwe Reigers), maar ook in ander loofbos, veelal aan de rand; in Duitsland ook in singels, gemengd bos of zelfs solitaire boom. Eileg in april-mei, vooral tweede helft april en begin mei. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren, broedduur 31-32 dagen, nestjongenfase 42-45 dagen.

Broedtijd

Zwarte Wouwen lijken vaste broedvogels in Nederland te worden. Succesvolle broedgevallen zijn bekend uit 1996 (Bussloo Gld) en jaarlijks vanaf 2009, vooral in Limburg. Daarnaast begonnen verschillende paren zonder resultaat aan een broedpoging. De broedgevallen langs de oostgrens sluiten aan op het meer wijd verbreide voorkomen in Nordrhein-Westfalen. Gezien de toename hier ligt een uitbreiding in ons land mogelijk in het verschiet. De Zwarte Wouw is wereldwijd een van de meest algemene roofvogels.

Buiten broedtijd

Verreweg de meeste Zwarte Wouwen vertonen zich tijdens de voorjaarstrek, vooral in april en mei. Volwassen vogels trekken gemiddeld enkele weken eerder door dan onvolwassen vogels en blijven veel minder vaak enige tijd hangen. Van de wegtrek naar de Afrikaanse overwinteringsgebieden is weinig te merken. De trek is in Zuid-Europa al in september grotendeels voorbij. Waarnemingen in Nederland later in het jaar zijn heel bijzonder; pas op voor verwarring met Bruine Kiekendief of Rode Wouw.