Kleine Rietgans

Wetenschappelijke naam

Anser brachyrhynchus

Engelse naam

Pink-footed Goose

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

820

Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter/doortrek

17000-42000, okt-nov (2009-2014)

Tijd van het jaar

Half september tot in april, hoogste aantallen oktober-november.

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken; eerste oriëntatie van voedselgebieden vaak mogelijk via bezoek slaapplaats in de ochtend
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Oppassen voor verstoring (niet te dicht naderen, geen lawaai)

Bijzonderheden

- Op vaste pleisterplaatsen in Friesland meestal in enkele grote concentraties (vaak >1000 vogels), soms gemengd met Kolgans of Brandgans.
- Daarbuiten vaak ook solitair in groepen Toendrarietgans
- Foerageert vrijwel uitsluitend op grasland maar incidenteel ook op akkers met oogstresten (maïs)
- Drinkvluchten naar open water
- Grote aantallen vaak maar kort aanwezig (oktober-november)
- Maak eventueel onderscheid tussen eerste winter vogels en oudere dieren, eerste winter vogels goed herkenbaar tot en met november/december
- Let op halsbanden (zie www.geese.org )

Tijd van het jaar

Half september-maart, hoogste aantallen oktober-november.

Tijd van de dag

Avond: van 1 uur voor zonsondergang tot 1,5 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot 1 uur erna
Beste tellen in ochtend (aankomst ’s avonds vaak nog in donker)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaats doorgaans groot open water, soms op ondergelopen graslanden
- Vogels op gemengde slaapplaatsen doorgaans nog vrij goed herkenbaar (korte hals, roep etc.)
- Bij strenge vorst en bevroren water soms op ijs slapend, soms verkassend naar open water
- Soort overwintert en slaapt op traditionele plekken

Broedtijd

De broedgebieden van in Nederland optredende Kleine Rietganzen liggen op Spitsbergen. Een enkele keer overzomeren een of enkele vogels. Dat leidde vooralsnog niet tot zekere broedgevallen.

Buiten broedtijd

De eerste Kleine Rietganzen arriveren in september, maar pas in oktober en november gaat het om aantallen tot enkele tienduizenden. Ze concentreren zich in Zuidwest-Friesland en trekken vervolgens merendeels door naar overwinteringsgebieden in Vlaanderen. Veel kleinere aantallen pleisteren in het Midden-Delfland ZH. Sterke trek kan worden gezien langs de Groningse Waddenkust en in Zeeland. Onder normale tot zachte weersomstandigheden vertrekken al in december grote aantallen naar pleisterplaatsen in Denemarken. In de nawinter en het voorjaar zijn Kleine Rietganzen in ons land dan ook schaarser dan in het najaar. De landelijke aantallen namen sinds 1975 fors toe, wat de toegenomen broedpopulatie weerspiegelt. Sinds 2005 nemen de bij ons waargenomen aantallen af, terwijl de populatie nog steeds groeit. Veel Kleine Rietganzen blijven ook in het najaar in Denemarken en doen ons land niet meer aan.