Grauwe Vliegenvanger

Wetenschappelijke naam

Muscicapa striata

Engelse naam

Spotted Flycatcher

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

20.000-30.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij klein aantal

Grauwe Vliegenvanger

Muscicapa striata

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m augustus

Datumgrenzen

15 mei t/m 10 augustus

Tijd van de dag

Vooral in de vroege ochtend.

Aanwijzingen

Paar in broedbiotoop (mannetje laat vrouwtje verschillende potentiële nestplekken zien), zang (onopvallend, maar al in schemer beginnend) en aanwijzingen voor een nest: nestbouw (nest in grote, deels open holen en nissen incl. breukvlakken van takken en stammen; ook wel tussen klimop, in muurtje, op oud vogelnest enz.), alarm (opgewonden scherp 'tsi-tk-tk'vaak in omgeving nest), transport van voedsel (mannetje verzorgt broedend vrouwtje, beide partners voeren jongen) of uitwerpselpakketjes (beide partners), pas uitgevlogen jongen (luid bedelend, geluid sterk lijkend op dat van andere zangvogeljongen - o.a. Roodborst, Winterkoning, Merel, Vink - maar met enige oefening te onderscheiden).
LET OP: Soort kan gemakkelijk worden gemist, vooral bij hoge dichtheden van andere zangvogels (geluid valt weg). Attent zijn op vogels op geëxponeerde zitplaatsen (vaak jagend, soms zingend). Aankomst vanaf begin mei, maar zang- en nestelactiviteit in koude voorjaren vóór eind mei vaak laag (late start van eerste broedsel). Geluiden (ook die van uitgevlogen jongen) voor minder ervaren waarnemers vaak lastig te onderscheiden. Zoek in twijfelgevallen de vogel(s) op (vaak min of meer opvallend zittend).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-9 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 15 mei t/m 10 augustus
bij 10-13 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 15 mei t/m 10 augustus
bij 14+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 15 mei t/m 10 augustus

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Klein deel der mannetjes houdt er een tweede territorium op na.

Broedbiologie

Broedt vooral in opgaand en gevarieerd loof- en gemengd bos, ook wel in grote oude tuinen, parken en erven.Eileg van eind mei tot eind juli. Eén tot twee broedsels per jaar (deels in elkaar geschoven: mannetje verzorgt jongen eerste broedsel terwijl vrouwtje met tweede begint), meestal 4-5 eieren, broedduur 11-15 dagen, nestjongenperiode 12-16 dagen, jongen worden nog ca. 3 weken na uitvliegen gevoerd.

Broedtijd

Hoewel wijd verbreid, is de Grauwe Vliegenvanger nergens bijzonder talrijk. De hoogste dichtheden vinden we in oud loofbos en kleinschalig boerenland met uitgegroeide houtwallen en erven, naast dorpen met oude tuinen en parken. De landelijke verspreiding bleef na 1975 min of meer ongewijzigd. De aantallen namen echter bijna continu af, net als elders in grote delen van West-Europa. Een duidelijk verband met bijv. neerslag in de West-Afrikaanse overwinteringsgebieden ontbreekt. Dit suggereert dat de afname vooral te wijten is aan verslechterende milieuomstandigheden in de broedgebieden. Lokale kleine toenames hangen samen met het ouder (en geschikter) worden van bos.

Buiten broedtijd

De eerste Grauwe Vliegenvangers verschijnen in de laatste dagen van april, de meerderheid volgt echter in mei. Doortrek vindt plaats tot begin juni. De wegtrek begint end juli en na half augustus zijn veel broedplaatsen verlaten. De weinig spectaculaire doortrek van noordelijke vogels piekt in augustus en de eerste helft van september. Oktoberwaarnemingen zijn schaars.