Oeverzwaluw

Wetenschappelijke naam

Riparia riparia

Engelse naam

Sand Martin

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

20.000-30.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

2000-10.000 (2008-2012)

Oeverzwaluw

Riparia riparia

Methode

Nesten tellen

Tijd van het jaar

Begin mei t/m augustus

Datumgrenzen

20 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal bewoonde nesten tellen tussen de datumgrenzen, bij voorkeur in tweede helft juni. Bewoonde nesten zijn herkenbaar aan diepe gang (einde niet zichtbaar), slijtplekken (pootafdrukken) in holopening, ontbreken van spinrag/planten voor hol, gave nestopening (niet ingestort of uitgesleten) en (na half juni) geluid van piepende jongen of aanwezigheid van bedelende jongen in nesthol. Nesten in kleine kolonies evt. intekenen op situatieschets; vervolgens per nest nagaan of het bewoond is. Zie ook Bijzonderheden.

Telling aan de hand van rondvliegende vogels is te onnauwkeurig.

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten in periode 20 mei-15 juli aanhouden.

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Vestigingen (in nieuw ontstane steilwanden) tot in juli. Na half juli zijn de kolonies doorgaans minder bezet (tweede broedsel). Begin september kunnen zich nog jongen in de holen bevinden.
Door graafwerkzaamheden treden soms verplaatsingen binnen het broedseizoen op.
Holen zijn soms bezet door o.a. Ringmus, Pimpelmees en IJsvogel.

Broedbiologie

Biotoop: steilwanden van afgravingen, afgekalfde oevers, grond-depots, lage aarden walletjes e.d. Nestelt ook in kunstmatige oeverzwaluwwanden (betonwand met geboorde holen).
Een tot twee broedsels per jaar. Meestal 4-8 eieren, broedduur 14-17 dagen, nestjongenperiode 20-24 dagen. Eileg eind april tot midden augustus, met piek van eerste broedsel in tweede helft mei en van tweede broedsel meer diffuus.