Kleine Bonte Specht

Wetenschappelijke naam

Dryobates minor

Engelse naam

Lesser Spotted Woodpecker

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

5000-6500 (2013-2015)

Geschat maximum winter

15.000-20.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Kleine Bonte Specht

Dryobates minor

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 februari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend, met in april-mei lichte opleving roffelactiviteit 1-2 uren voor zonsondergang.

Aanwijzingen

Beste periode om te tellen is maart-april, vooral op zonnige en rustige dagen. Alle waarnemingen, met speciale aandacht voor roffelen (zachter en langgerekter dan Grote Bonte Specht, veelal in nestomgeving), roep (meest gehoord luid 'ki-ki-ki', te horen in hele territorium) en bezet nest (moeilijk te vinden, maar onmiskenbaar; zie Bijzonderheden). Gebruik van geluidnabootsing kan zinvol zijn vanwege lage trefkans (maar pas op voor 'meetrekken' van vogels).
LET OP: Zowel mannetje als vrouwtje roffelen en roepen; probeer vogel op geslacht te determineren (mannetje met, vrouwtje zonder rode pet) en ga in twijfelgevallen bij twee in elkaars nabijheid roffelende/roepende vogels uit van een paar (en niet van rivaliserende paren). Achtervolgingsvlucht kan zowel op paartjes als rivaliserende paren betrekking hebben. Activiteitsgebied kan groot zijn (in Duitsland tijdens broeden gemiddeld 30 ha, in baltstijd en buiten broedtijd een veelvoud), maar in optimale biotopen (elzenbroek, oud eikenbos) kunnen paren ook relatief dicht bij elkaar zitten.
Roep kan voor minder ervaren waarnemer lijken op die van Sperwer, Boomvalk en Draaihals. Jonge vogels kunnen al snel na het uitvliegen beginnen te roepen. Waarnemingen van roepende vogels na half juni derhalve niet meer bruikbaar.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 februari t/m 20 juni

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Nestelt meestal in dode loofboom of dood deel van levende loofboom, soms laag (2 m), maar vaker hoog, tot bijv. in de dode toppen van populieren. Meeste nesten in zachthout (berk, populier, wilg), maar ook in hardere soorten (beuk). Maakt vrijwel steeds een nieuw hol, en het uithakken is veel minder opvallend dan bij Grote Bonte Specht (soms eerder 'uitgraven' dan uithakken, in vermolmd hout). Nestopening perfect rond, klein en mist schuine entree van Grote Bonte Specht. Bedelende jongen in nest veel minder opvallend dan bij Grote Bonte Specht.

Broedbiologie

Broedt in loofbos, soms in oude hoogstamboomgaarden en parken. Eileg half april tot half mei. Eén broedsel per jaar, meestal 5-6 eieren, broedduur 10-11 dagen, nestjongenperiode 21-25 dagen, jongen worden nog 14-28 dagen na uitvliegen begeleid (partners nemen ieder deel voor de rekening).