Ruigpootuil

Wetenschappelijke naam

Aegolius funereus

Engelse naam

Boreal Owl

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

-

Ruigpootuil

Aegolius funereus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juli

Datumgrenzen

1 februari t/m 30 juni

Tijd van de dag

In schemering en 's nachts.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren met speciale aandacht voor roepende vogels en bedelende jongen (zie Bijzonderheden). Systematisch bossen afwerken met recorder kan zinvol zijn. Maak kruispeiling van geluid, dat honderden meters verwijderd kan zijn. Bij lokaal gunstige situatie kunnen territoria dicht bijeen bezet zijn (Duitsland: tot 40 m afstand).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 februari t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Uitgebreide beschrijving soort (geluidsopname) en gedetailleerde documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. Soort wordt beoordeeld door CDNA. Territoria worden af en toe gemeld (Drenthe, Veluwe), maar zekere broedgevallen zijn uitermate schaars. SOVON garandeert desgewenst geheimhouding exacte locatie!

Bijzonderheden

Zang meestal vanuit boomtop, waardoor het geluid ver draagt. Vooral te horen in februari en maart, valt stil na eileg. In Nederland (meeste mannetjes waarschijnlijk ongepaard) soms door zingend tot in juni. Bedelgeluid van jongen lijkt op zachte versie van bedelende Bosuilen. De bibberroep van een Bosuilen (zowel mannetje als vrouwtje) kan soms verrassend lijken op de zang van een Ruigpootuil, maar is te snel en heeft in het algemeen meer lettergrepen. Zang Ruigpootuil begint soms met roller van meer dan 12 segmenten, maar neemt dan snel af tot 5-7 segmenten ('poe-poe-poe-poe-poe-poe,'). Bosuil-roller gaat sneller, segmenten zijn nauwelijks van elkaar gescheiden en er treedt na verloop van tijd geen vertraging op. Vrouwtje roept karakeristiek kort 'chuk,'.

Broedbiologie

Nestelend in oude naald- en gemengde bossen, ook wel beukenbos, veelal de randen mijdend; in Nederland uitsluitend in grote bossen (veelal sparrenbos met oude loofbomen en kaalkap/jonge aanplant). Nestelt in holen van Zwarte Specht, zelden Groene Specht en in nestkasten van geschikt formaat. Eileg begin april tot in mei, maar in muizenrijke jaren ook vroeger. Eén tot twee broedsels per jaar (bij zeer gunstige voedselsituatie twee ineengeschoven broedsels mogelijk), meestal 3-6 eieren, broedduur 26-28 dagen per ei (bebroeding vanaf eerste ei), nestjongenperiode 29-36 dagen, jongen worden 4-6 weken gevoerd.

Literatuur

van Manen W., Pot A., Ottens G. & Jonker M. 2009. Ruigpootuilen in Drenthe in 2008. Limosa 89: 49-58.