Oehoe

Wetenschappelijke naam

Bubo bubo

Engelse naam

Eurasian Eagle-Owl

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

17-20 (2016)

Geschat maximum winter

40-60 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Oehoe

Bubo bubo

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin januari t/m juli

Datumgrenzen

15 januari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Roepende adulte vogels, bedelende jongen en jagende ouders in schemering. Controle potentiële broedplaatsen overdag. Broedpaar soms buitengewoon stil, en meeste roepactiviteit in oktober-november. Uitgevlogen jongen soms nog in september bedelend.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren met speciale aandacht voor roepende vogels (roepende man, soms in duet met vrouw) en bedelende jongen. Attent zijn bij plukplaatsen in open terrein, maar pas op voor verwisseling met roofvogels (zie Bijzonderheden).
LET OP: Roept het hele jaar, maar infrequent (gevestigde paren soms helemaal niet) en vaak slechts een kwartier lang in zowel avond- als ochtendschemering. Bij afspelen van de territoriumroep (zeer terughoudend doen, en onmiddellijk afbreken bij reactie) wordt soms gealarmeerd ('wek-wek-wek'), vermoedelijk door vrouwtje. Uitgevlogen jongen bedelen maandenlang: eenlettergrepig, mix van Gaai en Blauwe Reiger.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbezoek, transport voedsel, alarm, pas uitgevlogen jongen) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 januari t/m 20 juni

Fusieafstand

2500 m

Documentatie

Uitgebreide beschrijving soort en gedetailleerde documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. SOVON garandeert indien gewenst geheimhouding exacte locatie!

Bijzonderheden

Territoria worden gekenmerkt door prooiresten ('gepelde' egels, watervogels, duiven, kraaiachtigen, roofvogels en andere uilen), poep (opvallend grote plekken) en braakballen. Prooien worden ruiger geplukt dan Havik doet, soms met afgescheurde vleugels. Plukplaats meestal geëxposeerde open plek, zoals heuveltje, groeverand of dikke horizontale boomtak; vaak meerdere plukresten vlak bij elkaar. Poep is wit en, indien gelanceerd vanaf de grond, niet in lange rechte streep, zoals bij Havik of Buizerd. Soms ontstaat door 'bemesting' een grazige plek in een verder nogal kale groeve! Braakballen zijn groot, bevatten in het algemeen minder haar en meer grote botten dan Havik of Buizerd, tot complete poot van bijv. Waterhoen. Als roestboom fungeren meest naaldbomen, als regel in of nabij een bosrand.
Bij zichtwaarneming opletten of vogel geringd is. Soort wordt gevolgd door Oehoewerkgroep waarmee SOVON gegevens uitwisselt. Niet op eigen houtje potentiële broedplaatsen bezoeken!

Broedbiologie

Broedt (in buitenland) vooral op steilwanden, soms op de grond, in roofvogelnest of gebouw; in Nederland vooral in groeves (nissen, holen, richels), meer incidenteel op roofvogelnest. Eileg meestal van eind februari tot begin april, vervolglegsels mogelijk tot begin mei. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren, broedduur 33-35 dagen (bebroeding vanaf eerste ei), nestjongenperiode 30-50 dagen (sterk afhankelijk van lokale situatie), jongen daarna als takkeling in omgeving rondklauterend en na 60-70 dagen vliegvlug. Familieverband daarna nog 2-3 maanden intact, soms nog in december.