Holenduif

Wetenschappelijke naam

Columba oenas

Engelse naam

Stock Dove

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

45.000-55.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

100.000-200.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Holenduif

Columba oenas

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind augustus

Datumgrenzen

1 maart t/m 31 juli

Tijd van de dag

Zangactiviteit hoogst in de ochtend.

Aanwijzingen

Zang (vanaf zitplaats, doorgaans bij nesthol), balts (zeilen met licht omhoog geheven vleugels), paartjes in broedhabitat (inclusief met piepende vleugels wegvliegende vogels; rivaliserende paren worden met vleugelgeklapper verdreven), nestbezoek. Systematische controle van grote nestkasten en holen levert vaak meer paren op dan louter op grond van zang (lage roepfrequentie) en balts.
LET OP: Zeer lang broedseizoen, waarbinnen verplaatsingen mogelijk zijn. Concentreer de aandacht op de periode april-mei. Foeragerende individuen of paren kunnen op grote afstand van het nest vertoeven en worden niet meegeteld. Wel meetellen: waakzame individuen bij geschikte nestplek (bij groot boomhol, op knotwilg, schuurtje etc.); dit kunnen mannetje betreffen in de omgeving van een broedend vrouwtje, dan wel mannetjes die een geschikte nestplek adverteren.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 maart t/m 31 juli

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Vogels die in natuurlijke holen broeden moeten wel eens wachten totdat deze voldoende opgedroogd zijn. Soms gooien ze dan de nestholte vol met takjes tot aan de opening. Dan steken vaak enkele takjes uit de opening (maar let op: als het om levend geoogste takjes gaat met beschadigde bast of groen blad, betreft het doorgaans een eekhoornhol). Bezette nesten ook kenbaar aan kleine veertjes aan holopening of aan voet van nestboom.

Broedbiologie

Broedt in bossen (grote holen, met name van Zwarte Specht, soms ook in dichte structuren als heksenbezems of oude nesten van andere grote vogels) maar tegenwoordig vooral in agrarisch cultuurland (veelal op bouwwerken, van oude schuurtjes tot moderne biostallen). Lokaal (duinen, heide) ook in grond broedend (konijnenholen). Eileg van eind maart tot in augustus, niet ook zelden vroeger of later. Drie, soms vier of vijf broedsels per jaar. Vrijwel altijd 2 eieren, broedduur 16-17 dagen, nestjongenperiode rond 24 dagen, jongen met 37-40 dagen zelfstandig.