Tureluur

Wetenschappelijke naam

Tringa totanus

Engelse naam

Common Redshank

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

2500

Broedpopulatie

20.000-25.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

34000-56000, jul (2009-2014)

Tureluur

Tringa totanus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m eind juni

Datumgrenzen

20 april t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, vooral van enkele uren na zonsopkomst tot in de middag. In getijdengebieden afhankelijk van getijdenritme (rond hoogwater).

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op solitaire vogel of paar (indien plaatsgebonden, bijv. terugkerend na storing), territoriaal gedrag (zang, vaak in baltsvluchtje) en aanwijzingen voor nest: alarm (vaak vanaf weidepaal of verhoging in terrein, beide ouders alarmeren indien er jongen zijn of zwaar bebroed legsel: 'tsjuek-tsjuek-tsjuek' enz.), vermoedelijk nestbezoek (vogel betreedt stiekem hogere vegetatie; broedende vogel zelf vrijwel nooit zichtbaar), paar met kleine jongen (maar pas op voor snelle verplaatsing naar opgroeiterrein).
LET OP: Doortrek to eind april of later, maar doortrekkers verblijven in groepjes en tonen geen tereinbinding. Observatie van afstand (voor veel steltlopers een goede methode om indruk te krijgen van aantal broedparen) bij Tureluur minder werkzaam vanwege formaat, onopvallende kleuren en voorkeur voor hogere vegetaties. Geslachtsbepaling gewoonlijk onmogelijk (behalve bij paring, voorafgegaan door achter elkaar aanrennen en elkaar opdrijven). In gebieden met extreem hoge dichtheden (delen Waddengebied) is gebruikelijke kartering onmogelijk. Dan alle vogels in broedgebied tellen (zowel zittende als vliegende) en delen door 1,5.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 april t/m 15 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 15 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Vaak nestelend in nabijheid van Kievit en/of Grutto. Kan echter ook solitair broeden in gebieden waar (vrijwel) geen andere steltlopers nestelen.

Broedbiologie

Broedt in open en meestal vochtige landschappen, zowel op kwelders/schorren als binnendijkse graslanden. Eileg van eind april tot begin juli,vooral eind april en eerste helft mei. Eén broedsel per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 22-24 dagen, jongen (nestvlieders) na 23-27 dagen vliegvlug.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Van half april tot in juli. Legpiek van half april tot begin juni. Eén broedsel per jaar.

Nesthabitat

Zowel in kustgebieden (kwelders/schorren) als binnenland (vochtige tot natte graslanden). Voorkomen in natte heide- en veengebieden zo goed als verdwenen.

Nest

Grondnest, doorgaans goed verborgen onder graspol of andere vegetatie. Ingang vaak zijdelings, met grasstengels als een dakje over het nest heen getrokken. Mannetje wijst nestplekjes aan, vrouwtje maakt keus.

Aanwijzingen

Territoria lokaliseren door druk roepen en territoriaal gedrag (vleugel heffen). Zorgvuldige scan van terrein voordat de vegetatie hard begint te groeien (in graslanden dus begin april, in kustgebieden wat later) kan aanwijzingen voor latere nestplek geven; de iets hogere pollen vegetatie worden vaak uitgekozen. Terugkeer van broedende vogel naar nest (beide partners broeden, vrouwtje het meest) vaak wel van afstand te volgen, maar precieze plek dan nog lastig te lokaliseren. Ook zorgvuldig en voorzichtig aflopen van geschikt terrein is kansrijk, althans bij hoge dichtheden. Let dan op positie van opvliegende vogel; vliegt op 50-200 meter van waarnemer op, vaak direct van nest (zonder eerst weg te rennen).

Attentie

Zeer goed uitkijken voor vertrapping van nesten. Let op gedrag opvliegende vogel bij betreden terrein. Vogel met eieren vaak stil van nest, maar zeer luidruchtig als eieren uitkomen of uitgekomen zijn (ronvliegend met ‘tjuu tjuu’ roep).

Bijzonderheden

-

Meer informatie

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen juli-september en april.

Tijd van de dag

Van 1 uur voor hoogwater tot 1 uur erna.

Aanwijzingen

- Hoogwatervluchtplaats (HVP) lokaliseren aan de hand van verplaatsingen rond hoogwater
- Oppassen met voorverzamelplaatsen! (vogels verkassen nog)
- Aanvliegende vogels beter te tellen dan vogels ter plaatse
- Tijdens hoogwater vaak rustend
- Deel vogels begint te foerageren bij zakkend water
- Bij grote gebieden ‘met het getij mee’ werken
- In onoverzichtelijke gebieden insteek maken of hoger punt zoeken (maar pas op voor verstoring!)

Bijzonderheden

- HVP op kwelders of binnendijks in ondiepe poelen en plassen, vaak verscholen in vegetatie en dan lastig te tellen
- Bij lage vloed veel langs de kwelderrand blijvend, of in ondiep water op het wad
- Vaak samen met andere steltlopers
- Vogels bij lage vloed soms zeer verspreid foeragerend
- Aanvliegende vogels in gekanaliseerde stroom goed te tellen, niet goed bij verspreide aankomst

Tijd van het jaar

Juli-half mei, in binnenland vrijwel absent in oktober-februari.

Tijd van de dag

Van een half uur na zonsopgang tot 1,5 uur voor zonsondergang, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- Solitair of in groepen tot enkele tientallen
- Soms gemengd met andere steltlopers
- Meest op (nat) grasland, bouwland en ondiepe plassen
- Gebruikt gemeenschappelijke slaapplaatsen in waterrijke gebieden met ondiep zoet of zout water, graslanden en oevers.

Broedtijd

Tureluurs broeden vrijwel uitsluitend in de lage delen van het land, met de nadruk op kwelders/schorren in Wadden- en Deltagebied, naast natte open graslanden op venige bodem of klei. Het altijd al spaarzame voorkomen op de hogere gronden is sinds ongeveer 1975 gaandeweg uitgedoofd. De landelijke aantallen namen af vanaf 1970 maar bleven vanaf ongeveer 1985 min of meer stabiel, ondanks verdere intensivering van het agrarisch landgebruik. Op kwelders/schorren heeft de Tureluur baat bij extensivering van begrazing, tenzij dit resulteert in een te sterke verruiging van de vegetatie.

Buiten broedtijd

Hoewel het hele jaar in ons land aanwezig, is de Tureluur in juli en augustus minstens tweemaal zo talrijk als in de rest van het jaar. In de nazomer trekt een deel van onze broedvogels weg terwijl de rest in de getijdengebieden vertoeft. Hier krijgen ze gezelschap van Tureluurs uit Noord-Europa. Midden in de winter zijn de aantallen het laagst; de overwinteraars zijn in meerderheid afkomstig uit IJsland. Strenge vorst zorgt voor gedeeltelijke wegtrek, terwijl er onder de achterblijvers veel slachtoffers vallen. De voorjaarstrek begint in maart, wanneer ook de eigen broedvogels terugkomen, en bereikt een top in mei, wanneer noordelijke vogels doortrekken. De landelijk getelde aantallen schommelen al decennia lang zonder duidelijke trend.