Steltkluut

Wetenschappelijke naam

Himantopus himantopus

Engelse naam

Black-winged Stilt

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :1200
Broedpopulatie

25 (2016)

Geschat maximum winter

0-2 (2013-2015)

Steltkluut

Himantopus himantopus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin mei t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag, wellicht enige voorkeur voor avond.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in geschikte biotoop (zeer variabel, zie Broedbiologie) noteren en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: aanwezig paar (let op verschillen in verenkleed), balts (met sprongetjes in de lucht), nestbouw, alarm (met veel roepen nerveus rondvliegen boven broedplaats; schijnvaanvallen; met hangende poten boven verstoringsbron blijven), pulli (vaak in dichte vegetatie verblijvend). Locaties waar paring, broeden en opgroeien der jongen plaatsvinden kunnen vele kilometers uit elkaar liggen. Mislukte broedvogels vertrekken vaak onmiddellijk uit het terrein.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 15 juli

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Uitgebreide documentatie nodig inclusief hoogste broedcode per datum. Mislukte broedgevallen uiteraard doorgeven!

Bijzonderheden

Meestal zeldzaam, maar in sommige jaren tientallen broedpogingen, met verspreidingskern in Deltagebied. Broedgevallen in Nederland maar zelden succesvol.

Broedbiologie

Zowel in zoete als brakke milieus optredend in open landschappen met ondiep water en zowel slik- of zandstroken en (enige) vegetatie. Broedgevallen in velerlei biotopen mogelijk, van voormalige schorren en kreken tot droogvallende vennen, vernatte hoogvenen, vloeivelden, geïnundeerde polders en opspuitterreinen. Bodemnest op eilandjes, in oevervegetatie, op drijvende vegetaties etc. Solitair of in kleine 'kolonies' nestelend.
Vogels vanaf derde kalenderjaar geslachtsrijp. Eileg half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 3-4 eieren, broedduur 22-24 dagen, jongen (nestvlieders) na 28-32 dagen vliegvlug. Familieverband (beide partners verzorgen jongen) soms nog tijdens trek intact.