Porseleinhoen

Wetenschappelijke naam

Porzana porzana

Engelse naam

Spotted Crake

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

6000

Broedpopulatie

190-250 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

Porseleinhoen

Porzana porzana

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m augustus

Datumgrenzen

20 april t/m 15 juli

Tijd van de dag

Vooral ochtend- en avondschemer en 's nachts. Tijdens zwoele nachten (evt. met motregen) en weinig wind vaak hele nacht roepend.

Aanwijzingen

Roepende vogels ('zweepslag') karteren en overige waarnemingen eveneens noteren. Afdraaien geluid m.b.v. mp3-speler, recorder etc. kan roepactiviteit stimuleren, maar effect is onvoorspelbaar.
Gebruik eventuele afspeelapparatuur niet te lang i.v.m. verstoring en bedenk dat vogels op geluidsnabootsing af kunnen komen en de waarnemer kunnen volgen. Geluid van roepende vogel kan door draaien met kop, weerkaatsing tegen dijken enz. van meer exemplaren afkomstig lijken te zijn en is moeilijk te lokaliseren. Verschillende waarneempunten zijn nodig (kruispeiling).
LET OP: Beide geslachten roepen, maar vrouwtje minder hard en minder aanhoudend. De zachte roepvariant is minder zweepslagachtig, klinkt meer als 'wug' en lijkt daarmee op een geluid van groene kikker. Wanneer gepaard, niet zelden duetterend, waarbij het regelmatige 'woeiet …..woeiet' overgaat in 'woeit-woeit…..woeiet-woeiet', dat lijkt voortgebracht door één vogel. Ongepaarde vogels kunnen hele nacht door roepen en dit over een lange periode aanhouden; gepaarde vogels hebben kortere activiteitspiek (vooral schemer) en vallen na paring stil. Bij eenmalige waarneming van roepende vogel, gevolgd door periode zonder waarnemingen en vervolgens (bijv. samenvallend met gunstige waterstand) opnieuw waarnemingen van roepende vogel(s) in hetzelfde terrein, gaat het waarschijnlijk om verschillende individuen. Late vestigingen (juni-juli) heel gebruikelijk.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, alarm, voedseltransport, kleine jongen) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 april t/m 15 juli

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Bij hoge dichtheden uitgaan van maximaal aantal (gelijktijdig) roepende mannetjes. Eventuele overige waarnemingen zoveel mogelijk inpassen.
Inundaties in mei-juli langs de Grote Rivieren (overigens een zeldzaam verschijnsel) leidden in verleden tot invasie-achtig optreden, met plaatselijk hoge dichtheden. Systematisch afwerken van grote oppervlakten kan dan spectaculaire aantallen opleveren. Bij snel zakken van het water kunnen territoria weer verlaten worden.
Fluctuaties in verschillende delen van het land (en verschillende biotopen?) lopen vaak niet synchroon.

Broedbiologie

Nestelt in lage natte en open vegetaties, vrijwel steeds boven ondiep water (<15 cm); nest goed verstopt op zelf gebouwd platformpje (halmen) of in pol (zeggen). Eileg half april tot half juli, vooral mei. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 8-12 eieren, broedduur 18-19 dagen, jongen (nestvlieders) na 35-42 dagen zelfstandig. Jongen worden door beide ouders verzorgd en de familie kan zich snel verplaatsen. Bouwt niet zelden een nieuw nest om de jongen in af te dekken.

Broedtijd

Als broedvogel van moerassen met ondiep water en lage oevervegetaties komt het Porseleinhoen maar in betrekkelijk weinig Nederlandse gebieden tot broeden. De meeste paren huizen in uitgestrekte moerasgebieden in de noordwestelijke helft van het land. Het voorkomen kan echter jaarlijks sterk wisselen, afhankelijk van de waterstanden en het ontstaan of verdwijnen van nieuwe broedplekken. De verspreidingskaarten, voor zover niet betrekking hebbend op één jaar, geven dan ook de maximale verspreiding aan. Lokale terreinomstandigheden en meer algemene weersomstandigheden (droog of nat voorjaar) spelen beide een rol in het aantalsverloop. In het rivierengebied kan deze soort explosief optreden na overstromingen laat in het voorjaar, maar dit verschijnsel is sinds 1983 niet meer op grote schaal voorgekomen.

Buiten broedtijd

Buiten de maanden april tot en met oktober wordt het Porseleinhoen amper waargenomen. Doortrek vindt vermoedelijk plaats tussen half maart en begin mei, en van begin augustus tot half oktober. Vestigingen in nieuw ontstane broedgebieden kunnen tot in juli plaatsvinden, wat erop wijst dat Porseleinhoentjes zich ook buiten de bekende trekperioden verplaatsen.