Patrijs

Wetenschappelijke naam

Perdix perdix

Engelse naam

Grey Partridge

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

9000-13.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij groot aantal

Patrijs

Perdix perdix

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half februari t/m augustus

Datumgrenzen

15 februari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, baltsactiviteit het hoogst in avondschemer (speciaal op warme en windstille avonden).

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, met speciale aandacht voor balts (roepende mannetjes, reageren op menselijke aanwezigheid vaak met roep), paren (typerend gedrag maart-half mei: vrouwtje foeragerend met waakzame man vlakbij) en families (vrouwtje leidt kuikens, mannetje waakt). Roepactiviteit kan goed gestimuleerd worden door afspelen geluid.
LET OP: Partners altijd dicht bij elkaar, meestal binnen 25 m. Waakzame man duidt op broedende of foeragerende vrouw in de omgeving. Beide partners verdedigen territorium.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 februari t/m 20 juni

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 februari t/m 20 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Langs perceelsranden kunnen kenmerkende veertjes en poepjes (1,5-2 cm lang, 0,5-1 cm dik, stomp en wit aan één kant, puntig en groen aan andere kant) aanwezigheid verraden. Telling van wintergroepen (goed zichtbaar bij sneeuwlaagje!) geeft indicatie van broedpopulatie (aantal individuen delen door 2). Groepen lossen op in paartjes aan het eind van de winter.

Broedbiologie

Gebonden aan open agrarisch landschap, in hoofdzaak bouwland en extensief hooiland. Bodemnest verstopt in dichte vegetatie, vaak in perceelsranden of bermen. Eileg half april tot diep in augustus. Eén broedsel per jaar (maar diverse vervolglegsels mogelijk), meestal 10-20 eieren, broedduur 23-25 dagen, jongen (nestvlieders) na 14 dagen vliegvlug en na 5 weken zelfstandig. Families sluiten zich in winter aaneen.

Literatuur

Schoppers J. 1996. Cassetterecorder goed hulpmiddel bij inventarisatie Patrijs Perdix perdix in het broedseizoen. Limosa 69: 180-181.

Broedtijd

Patrijzen zijn gebonden aan halfopen tot open boerenland, met een voorkeur voor akkers. Op de zand- en kleigronden van Zuid-Nederland komt deze soort nog betrekkelijk ruim verspreid voor. De dichtheden per vierkante kilometer zijn er echter gewoonlijk laag. De verspreiding in het noorden van het land is nogal verbrokkeld en de dichtheden zijn er nog lager. Rond 1975 was de Patrijs nog een talrijke broedvogel in het grootste deel van het land, hoewel er al sprake was van afname. Sindsdien is 90% van de aantallen verdwenen en zijn grote delen van vooral Midden- en Noordoost-Nederland verlaten. De afname, die in heel West-Europa plaatsvindt, valt samen met intensivering van de landbouw. Schaalvergroting, veranderde gewaskeuze, gebruik van bestrijdingsmiddelen en andere factoren beroofden de Patrijzen van broedplekken, schuilplaatsen en voedsel.

Buiten broedtijd

Als echte standvogel houdt de Patrijs zich ook in het winterhalfjaar alleen rond de broedplaats op. Families sluiten zich daarbij aaneen tot wintergroepjes die na sneeuwval zichtbaarder zijn dan anders. De groepjes, tot enkele tientallen exemplaren, vallen in het vroege voorjaar uiteen. Uitzetacties leidden in het verleden tot het (doorgaans tijdelijke) optreden op plekken waar Patrijzen niet van nature voorkomen, zoals de Waddeneilanden. De winteraantallen vertonen hetzelfde verloop als die binnen de broedtijd: een steile en al tientallen jaren aanhoudende afname waarvan het eind nog niet in zicht is.