Blauwe Kiekendief

Wetenschappelijke naam

Circus cyaneus

Engelse naam

Hen Harrier

Rode Lijst

Gevoelig

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

10 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

Blauwe Kiekendief

Circus cyaneus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m eind juli

Datumgrenzen

15 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Bij waarnemingen van paren of individuen in potentieel broedbiotoop (vooral duinen op Waddeneilanden, zeldzaam op vasteland in moeras, hoogveen of cultuurland) letten op territorium- of nestindicerend gedrag, vooral balts (echter vaak op grote hoogte, let op roep), copulatie, slepen met nestmateriaal, voedseltransport, prooiovergave of pas uitgevlogen jongen. Let speciaal op territorium houdende vrouwtjes (hebben vanaf eind maart beperkte actieradius, verblijven frequent in dezelfde broedvallei) en tracht te bepalen hoeveel vrouwtjes door dezelfde man worden verzorgd (bij polygynie, wat bij deze soort zeer gebruikelijk is).
LET OP: Doortrek tot in mei, rondzwervende mislukte broedvogels vanaf begin juni. Niet-broedende vogels veelal in onvolwassen kleed (kijk uit voor verwarring met geslachtsrijpe vrouw), kunnen baltsgedrag vertonen en prooi overgeven (echter op telkens andere plekken).
Jagende vogels veelal niet bruikbaar. Man maakt voedselvluchten tot 5-10 km. Vrouwtjes jagen echter doorgaans dichter bij nest dan mannetjes; jagend vrouwtje (vanaf begin juli) kan goede indicatie zijn. Maak bij hoge dichtheden beschrijving/tekening van verenkleed en ruistadium van broedvogels om ze individueel te herkennen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 april t/m 30 juni en in totaal 3 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Broedgevallen op vasteland tegenwoordig zeer zeldzaam en daarom goed documenteren (broedcode per datum).

Bijzonderheden

Nesten uitsluitend van afstand lokaliseren gezien zeldzaamheid en verstoringsgevoeligheid. Soort wordt op de Waddeneilanden goed gevolgd door specialisten en terreinbeheerders. Nooit op eigen houtje naar nest zoeken!
Mannetje brengt voedsel aan tijdens balts, eifase en jongenfase; vrouwtjes alleen in late jongenfase. Uitgevlogen jongen wekenlang dichtbij nestplaats blijvend.
Mannetje heeft vaak meerdere vrouwtjes (tot 7!), waarbij sommige vrouwtjes niet of pas laat tot broeden overgaan en mislukte vrouwtjes uit het gebied kunnen verdwijnen. De nestafstand kan dan tot enkele kilometers bedragen. Individuele kenmerken van vrouwtjes kunnen uitsluitsel geven.

Broedbiologie

Nestelt tegenwoordig vrijwel uitsluitend op Waddeneilanden en vooral in duinvalleien op de grond tussen hoge vegetatie, soms struikgewas.
Eileg begin april tot half juni, vooral eerste helft mei. Eén broedsel per jaar, doorgaans 4-6 eieren, broedduur 29-31 dagen, nestjongenfase 32-42 dagen.

Literatuur

Bijlsma R.G. 1997. Handleiding veldonderzoek roofvogels. KNNV uitgeverij, Utrecht.

Broedtijd

De meeste Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden, in het bijzonder op Texel. Op het vasteland nestelt deze soort alleen in de Oostvaardersplassen, recent echter ook op akkers in Groningen. De Blauwe Kiekendief was lang een zeldzame broedvogel van hoogveengebieder, waar hij rond 1960 uitstierf. Vanaf 1940 vestigde hij zich echter op de Waddeneilanden, waar de aantallen sterk toenamen. Vestigingen elders, zoals in Noordwest-Overijssel en Flevoland, waren merendeels tijdelijk. Na een landelijke piek van zo'n 130 paren rond 1995 namen de aantallen scherp af tot enkele tientallen. De afname wordt waarschijnlijk veroorzaakt door toegenomen sterfte onder jonge vogels na het broedseizoen. Voedselproblemen, zowel in natuurgebieden als boerenland, spelen een hoofdrol. Afname is troef in grote delen van West-Europa, waaronder ook de Duitse Waddeneilanden.

Buiten broedtijd

De broedvogels van het Waddengebied lijken tegenwoordig merendeels in de eigen regio of zuidelijk tot in Zeeland en Limburg te overwinteren. Enkele honderden noordelijke vogels overwinteren verspreid over het land. Ze gebruiken gezamenlijke slaapplaatsen in hoogveen- en heidegebieden, moerassen en boerenland waar tot enkele tientallen vogels bijeenkomen. Streng winterweer in ons land en ten noordoosten daarvan zorgt vaak voor enige toestroom van Blauwe Kiekendieven. Het aandeel volwassen mannetjes varieert per winter en per regio, maar is in het oosten van het land doorgaans hoger dan in het westen. De doortrek vindt in het voorjaar plaats tussen eind februari en half mei, zonder duidelijke piek. De najaarstrek speelt zich grotendeels in oktober en begin november af. Tot diep in de winter kunnen verplaatsingen optreden.`