Brilduiker

Wetenschappelijke naam

Bucephala clangula

Engelse naam

Common Goldeneye

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :11400
Broedpopulatie

5-10 (2013-2015)

Geschat maximum winter

12.000-16.000 (2013-2015)

Brilduiker

Bucephala clangula

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m juli

Datumgrenzen

1 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Paren en volwassen individuen in broedbiotoop (bosvijvers, ook uiterwaarden) met kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag: verdacht paartje (mannetje waakzaam, wijfje schuw), bezoek aan nesthol, wijfje met kleine jongen.
LET OP: Mannetje blijft aanwezig tot halvewege de bebroeding en verlaat dan het wijfje; vormt dan eventueel mannengroepjes. Soort nestelt in boomholtes en nestkasten (zie Broedbiologie), meestal in oude loofbomen, in uiterwaarden in knotwilgen (maar pas op voor verwarring met legsel van Wilde Eend). Wijfje met jongen kan kilometers hebben afgelegd en benut soms verschillende wateren (oppassen voor overschatting). Tomen met 14 of meer jongen behoren toe aan twee wijfjes. Tomen (ook van kleine kuikens) worden soms enige tijd in de steek gelaten door het wijfje voor een voedselvlucht. Oppassen voor late doortrekkers (vertonen geen broedgedrag maar kunnen wel baltsen) en niet-broedvogels, al dan niet in niet geheel uitgekleurd kleed, veelal in groepjes en op open water (broedvogels gedragen zich heimelijker).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbezoek, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Documentatie per geval noodzakelijk; geef hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Soort lijkt zich in Nederland, na vestiging in jaren tachtig, inmiddels weer terug te trekken; huidige status echter onduidelijk. Extra attentie is nodig in de (voormalige?) broedgebieden langs de oostrand van de Veluwe/IJsseldal en elders in het rivierengebied.

Broedbiologie

Nestelt langs plassen (inclusief hele kleine wateren) en langzaam stromende wateren, veelal in besloten omgeving maar ook wel in uiterwaarden met oude bomen. Holenbroeder, broedt in natuurlijke holen in loofbomen (holen Zwarte Specht, rotplekken) en grote nestkasten, meestal vlakbij water maar soms op meer dan 1 km ervandaan. Eileg eind maart tot half mei, vooral eind april en begin mei. Eén broedsel per jaar, meestal 6-11 eieren, broedduur 29-32 dagen, jongen na 57-66 dagen vliegvlug (maar na ca. 50 dagen zelfstandig). Mannetje blijft tot in vroege bebroedingsfase in omgeving van wijfje, maar vertrekt 10-14 dagen voor uitkomen van de eieren.

Tijd van het jaar

Oktober tot half april, hoogste aantallen december-maart.

Tijd van de dag

Gehele dag, in omgeving slaapplaatsen van uur na zonsopgang tot 2 uur voor zonsondergang.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Solitair, in paren of losse groepen tot enkele tientallen
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (duikeenden, vooral Kuifeend, Tafeleend) als rusten (alle soorten)
- Foerageert vooral op open en niet zelden vrij diep water, vaak ook in uiterwaarden Grote Rivieren bij hoge waterstanden
- Grote groepen (IJsselmeergebied, Delta) vaak ver uit de kust
- Rustende vogels op open water soms lastig zichtbaar (laag liggend)
- Vaak onrustig en vliegerig
- Kleine ruiconcentraties half mei tot in augustus IJsselmeergebied
- In IJsselmeergebied ook wel slaapplaatsen op beschutte middelgrote wateren
- Kleine Nederlandse broedpopulatie (vooral IJssel-dal)