Kuifeend

Wetenschappelijke naam

Aythya fuligula

Engelse naam

Tufted Duck

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

8900

Broedpopulatie

14.000-18.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

190000-230000, nov-jan (2009-2014)

Kuifeend

Aythya fuligula

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin april t/m augustus

Datumgrenzen

15 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, met nadruk op solitair mannetje (waakzaam bij potentiële nestplaats) of paar (mannetje begeleidt vrouwtje tijdens voedselzoeken, vooral 's avonds goed waarneembaar), territoriaal gedrag (agressie ten opzichte van andere paren) en aanwijzingen voor nest: alarm, afleidingsgedrag, wijfje met zeer kleine jongen. Schuw wijfje of wijfje dat wegzwemt/wegvliegt en later terugkeert naar zelfde deelgebied is uiterst verdacht.
LET OP: Mannetje blijft gewoonlijk tot halverwege de eifase bij het vrouwtje, maar begeleidt soms uitgekomen jongen. Wijfje met kuikens kan forse afstand hebben afgelegd.
Doortrek tot in mei, terwijl tegelijkertijd lokale broedvogels zich nog in groepen kunnen ophouden; soms amper van elkaar te onderscheiden! Doortrekkers (en later ook: mislukte broedvogels en verzamelingen van mannetjes) houden zich op in groepen (al dan niet in broedbiotoop) maar vertonen geen duidelijke binding aan (delen van) het gebied.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (broedende vogel, fel alarm, pas uitgekomen kuikens) telt altijd.

In geval van adult mannetje in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in zoete wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie inclusief agrarisch cultuurland met sloten. Eileg van eind april tot eind juli, vooral in juni. Eén broedsel per jaar, meestal 6-11 eieren, broedduur 23-28 dagen, jongen (nestvlieders) met 45-50 dagen vliegvlug.

Tijd van het jaar

Half juli tot half mei, hoogste aantallen november-maart.

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Meestal groepen tot enkele tientallen of honderden, lokaal veel meer
- Vaak samen met andere eenden, zowel tijdens foerageren (duikeenden, vooral Tafeleend) als rusten (alle soorten)
- Foerageert vooral op open water
- Rustende vogels op open water of (deels) langs oevers, soms in grote dichte gemengde groepen met Tafeleend
- In sommige gebieden soms uitgesproken dag/nacht ritme, vogels vertrekken dan vanaf dagrustplaatsen naar nachtelijke voedselgebieden
- Ruiconcentraties half mei tot in augustus
- Bij strenge vorst ook op rivieren

Broedtijd

Broedende Kuifeenden kennen een ruime verspreiding in Nederland maar zijn het talrijkst in de noordwestelijke helft van het land, zowel in natte natuurgebieden als agrarisch gebied met veel sloten. Aantallen en verspreiding namen in ons land explosief toe vanaf ongeveer 1950, net als elders in West-Europa. Hierbij speelden waarschijnlijk verdroging en ontginning van Oost-Europese broedgebieden en toegenomen voedselrijkdom van Nederlandse wateren mee. De toename zette tussen pakweg 1975 en 2000 nog door op vooral de hoge gronden. Op de lage gronden stabiliseerden ze en in de duinen namen ze zelfs af, na eerdere snelle toename.

Buiten broedtijd

De landelijke aantallen bleven sinds 1975 lange tijd min of meer stabiel, ondanks kleine jaarlijkse verschillen. Sinds ongeveer 2010 lijken ze licht af te nemen, misschien als gevolg van een herverdeling binnen Europa. Door gemiddeld zachtere winters blijven relatief veel Kuifeenden ten noorden van ons land overwinteren. Het IJsselmeergebied is de belangrijkste regio voor overwinterende Kuifeenden in Nederland. In de nazomer verblijven veel vogels op het Volkerakmeer, bij strenge vorst wijkt een deel van de Kuifeenden uit van het IJsselmeergebied naar de Grote Rivieren en de Biesbosch.