Raaf

Wetenschappelijke naam

Corvus corax

Engelse naam

Northern Raven

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

125-145 (2016)

Geschat maximum winter

800-1000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Raaf

Corvus corax

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m juni

Datumgrenzen

15 februari t/m 31 mei

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Lokalisatie broedparen via (baltsend) paar (mannetje groter, met diepere stem), roepende vogel uit bos, nestbouw, pendelvlucht (mannetjes pendelen veelvuldig in ei- en jongenfase), alarm (mannetje alarmeert bij betreding nestperceel, vrouwtje doorgaans stiekem van nest), voedseltransport (mannetje voert broedend vrouwtje op nest, pas als jongen ca. 18 dagen oud zijn gaat vrouwtje volop mee voedsel zoeken). Systematisch afzoeken van geschikte oudere dennenbossen op nesten (zie Broedbiologie).
Opletten bij alarm andere kraaiachtigen (reageren fel op Raven). Broedvogels over het algemeen luidruchtig rond broedplaats en agressief jegens roofvogels. Sommige broedparen echter zeer zwijgzaam. Paren met jongen maken binnen enkele weken flinke omzwervingen; deze waarnemingen na juni derhalve niet bruikbaar.
LET OP: Niet-broedvogels deels in groepjes (en gemakkelijk als zodanig herkenbaar), soms echter in paren ('testen' diverse nestplaatsen, waardoor overschatting kan optreden).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 februari t/m 31 mei

Fusieafstand

1500 m

Documentatie

Broedgevallen buiten de bekende gebieden (Veluwe, Salland) graag goed documenteren, met hoogste broedcode per datum.

Bijzonderheden

Vestiging als broedvogel kan voorafgegaan worden door 1-2 jaar durende aanwezigheid van niet-broedend paar (vogels geslachtsrijp na enkele jaren). Vliegactiviteit boven broedgebied (vliegcapriolen, balts, synchroon zeilen) neemt al in oktober-december (voorafgaand aan broedseizoen) toe. Betreedt perceel met vermoedelijke nestplaats behoedzaam en niet vaker dan strikt noodzakelijk.

Broedbiologie

Prefereert in Nederland oude bospercelen zonder tweede boomlaag of struiklaag, bij voorkeur grove den. Nesten, zware uitvoering Zwarte Kraaien-nest, herkenbaar aan dikke kromme takken en (vrijwel altijd zichtbare) plukken wol/textiel of andere rotzooi. Nesten vaak jaren achter elkaar gebruikt, soms echter diverse wisselnesten in een gebied van ongeveer 1 km2. Nesten niet zelden slecht verankerd, waardoor ze vaker dan bijvoorbeeld nesten van kraaien, Buizerd en Havik uit de boom vallen.
Eileg vooral maart, soms eind februari of eerste helft april. Eén broedsel per jaar, meestal 2-6 eieren, broedduur 18-21 dagen, nestjongenperiode ca. 40 dagen, familieverband blijft nog lang (soms 3 maanden) intact.