Wielewaal

Wetenschappelijke naam

Oriolus oriolus

Engelse naam

Eurasian Golden Oriole

Rode Lijst :Kwetsbaar
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

1700-2900 (2013-2015)

Geschat maximum winter

-

Wielewaal

Oriolus oriolus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

10 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend, van 1 uur voor tot 2 uren na zonsopkomst. Soms nieuwe zangpiek in namiddag en avond.

Aanwijzingen

Zingende en roepende vogels, met overige waarnemingen als aanvulling; vooral rondvliegende vogels (probeer geslacht en leeftijd vast te stellen), voedselvlucht (tot op grote afstand van nest, volg voedseldragende vogel), pas uitgevlogen jongen. Afspelen geluid (of nafluiten) kan in gebieden met lage dichtheden zinvol zijn.
LET OP: Enige doortrek mogelijk tot begin juni (vooral niet uitgekleurde vogels, veelal hooguit enkele dagen aanwezig). Beide partners kunnen bekende 'dudeljo'strofes zingen, veelal in duet (vrouwtje zingt hoger, korter, zachter). Eenjarige (en soms tweejarige) vogels broeden niet maar houden zich in broedgebieden op en kunnen zich bij paar aansluiten en worden geduld als 'derde vogel'. Bij 'groepszang' vaak onduidelijk of het om buurtparen of lokaal paar met evt. derde vogel gaat (houd het tweede aan, tenzij er duidelijk conflicten zijn). Soort benut groot activiteitsgebied; verdedigt (zang)territorium van gemiddeld 25 ha maar zwerft over groter gebied rond (veelal 100-400 ha). Zangposten kunnen op forse afstand van elkaar liggen (tot 700 m van nest), en gescheiden zijn door ongeschikt gebied (let dus speciaal op uitsluitende waarnemingen). Zangactiviteit vermindert sterk na eileg (mannetjes die maar blijven zingen en veel rondzwerven zijn waarschijnlijk ongepaard), maar partners onderhouden roepcontact (eenlettergrepig 'hioo'); rauwe Gaai-achtige roep (niet verwarren met kattenkrijs 'iwèèèh'= contactroep) meestal van vrouwtje afkomstig en duidend op bezet nest.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-6 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 10 mei t/m 15 juli
bij 7-10 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 10 mei t/m 15 juli
bij 11+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 10 mei t/m 15 juli

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Lastige soort om te karteren, zowel bij hoge dichtheden (door elkaar vliegende vogels) als lage dichtheden (stil).

Broedbiologie

Bewoont veelal vochtige en vrij open loofbossen, soms ook open dennenbos met hier en daar loofbomen. Kunstig gevlochten nest doorgaans hoog aan takvork opgehangen. Eileg half mei tot half juni. Eén broedsel per jaar, meestal 3-4 eieren, broedduur 15-18 dagen, nestjongenperiode 14 (bij gevaar) tot 20 dagen.