Buidelmees

Wetenschappelijke naam

Remiz pendulinus

Engelse naam

Eurasian Penduline Tit

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

45-75 (2013-2015)

Geschat maximum winter

5-10 (2013-2015)

Buidelmees

Remiz pendulinus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m augustus

Datumgrenzen

1 mei t/m 20 juli

Tijd van de dag

Hele dag, maar roepactiviteit 's ochtends het hoogst.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen, met speciale aandacht voor zang (vaak dicht bij nest), aanwezigheid paar, nestbouw (noteer stadium waarin nest zich bevindt) en voedseltransport.
Systematisch letten op nesten (opgehangen aan neerhangende tak van wilg of evt. berk langs water) kan lonend zijn. Roepende vogel zit vaak bij nest. Maak onderscheid tussen voltooide nesten (met slurf) en onvoltooide. Mannetjes laten onvoltooide nesten in de steek indien geen partner opdaagt. Maak onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes, dit vergemakkelijkt de interpretatie. Ingewikkelde levenswijze in broedtijd! (zie Broedbiologie).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 1 mei t/m 20 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Soort, als jaarlijkse broedvogel gevestigd vanaf de jaren tachtig, is na een bloeiperiode weer zeldzamer geworden. Graag ieder geval goed documenteren met hoogste broedcode en andere details (nest voltooid, jongen uitgevlogen?).

Bijzonderheden

Fusie-afstand geldt ook voor onvoltooide nesten (tenzij gelijktijdig gebouwd). Afstand tussen gelijktijdig bezette nesten bedraagt soms slechts enkele tientallen meters. Clustervorming leidt gemakkelijk tot ondertelling als er te weinig bezoeken worden gebracht. Nieuwe vestigingen zijn mogelijk tot in juni. Nesten soms nog in de winter te vinden. Opvallende jaarlijkse fluctuaties.

Broedbiologie

Nest wordt gebouwd aan hangende tak in de buitenrand van een boomkroon of boomgroep, meestal een wilg of berk, op sterk variabele hoogte (1-18 m, meestal onder 4 m). Soort is nauwelijks territoriaal. Mannetje begint in geschikt gebied met nestbouw (polygame mannetjes bouwen tot 4 nesten!) en zingt dan intensief. Wanneer het vrouwtje blijft, wordt het nest afgebouwd ('slurf' als nestingang). Wanneer het vrouwtje verdwijnt, blijft het nest onafgebouwd. Na de eileg verjaagt een van de partners de andere, die dan op zoek gaat naar een nieuwe partner.
In het begin van het seizoen bebroedt het vrouwtje meest het legsel en brengt zij de jongen groot, later vindt dit in toenemende mate plaats door mannetjes. De volgende vestiging van een vogel kan vlakbij het eerste nest plaatsvinden, maar ook op grote afstand. Ongeveer eenderde van de begonnen nestelpogingen wordt opgegeven door conflicten binnen een paar. Vrouwtjes kunnen een legsel over meerdere nesten verdelen en dan zelf geen van alle bebroeden. Pogingen van mannetje om te helpen bij het voeren van een broedsel, worden door vrouwtje meestal niet getolereerd.
Eileg van half april tot in juni of juli. Een tot twee of wellicht drie broedsels per jaar per partner, meestal 2-8 eieren per nest, bebroedingsduur 12-14 dagen, nestjongenperiode 20-22 dagen.