Kortsnavelboomkruiper

Wetenschappelijke naam

Certhia familiaris

Engelse naam

Eurasian Treecreeper

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

200-300 (2014)

Geschat maximum winter

-

Geschat maximum doortrek

-

Kortsnavelboomkruiper spec.

Certhia familiaris

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 maart t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen, met speciale aandacht voor zang (vooral maart, met soms opleving half mei-half juni), aanwezigheid paar, nestbouw en voedseltransport (mannetje kan broedend vrouwtje van voedsel voorzien, beide ouders voeren nestjongen).
LET OP: Determinatie op grond van een enkel kenmerk is riskant; vooral combinatie zang (Pimpelmees-achtig maar vrij zacht), roep (langgerekt en hoog) en uiterlijk is diagnostisch. Ervaren tellers vinden relatief veel territoria via de roep ('s ochtends vaak veelvuldig voortgebracht, en soms overgaande in zang). Soort imiteert soms zang van Boomkruiper (omgekeerde schijnt niet voor te komen). Wisselende reactie op gebruik van recorder, maar geluid afdraaien zeker in gebieden met lage dichtheid het proberen waard.
Tweede broedsel vindt in nieuw gebouwd nest plaats; oppassen voor dubbeltelling!

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 maart t/m 30 juni

Fusieafstand

300 m

Documentatie

Soort broedt sinds 1993 in uiterste zuidoosten van ons land (vooral oud eikenberkenbos met veel losse schors; ook gemengd bos). Lokaal ook elders uit Oost-Nederland gemeld, maar documentatie niet altijd voldoende. Buiten kerngebied Zuid-Limburg is uitgebreide documentatie (geluidsopname) noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode en graag ook beschrijving uiterlijk vogels en zang. gewenst.

Bijzonderheden

Voorkomen wordt mogelijk onderschat door onbekendheid met onopvallende zang. Voor aanvang van het broedseizoen de zang nog eens goed inprenten! Maart is goede tijd voor inventarisatie vanwege zangpiek, maar ook omdat zachte zang dan niet wordt overstemd door vele andere soorten (zoals in mei-juni).

Broedbiologie

Broedt in oudere loofbossen, soms ook in gemengd bos, veelal met een hoog aandeel eiken, dood hout en bomen met losse schors. Nestelt op variabele hoogte in boomspleet of achter loszittende bast, weinig in boomholten. Eileg begin april tot eind juni, vooral tweede helft april en begin mei. Een tot twee broedsels per jaar, meestal 5-6 eieren, broedduur 13-15 dagen, nestjongenperiode 17-18 dagen, jongen worden na uitvliegen nog 8-10 dagen gevoerd.