Boomklever

Wetenschappelijke naam

Sitta europaea

Engelse naam

Eurasian Nuthatch

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

16.000-20.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Boomklever

Sitta europaea

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

15 februari t/m 31 mei

Tijd van de dag

Aan begin broedseizoen vrijwel de hele dag actief (maar weinig opvallend bij matige/strenge vorst in de vroege ochtend), later vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Zingende vogels (fluitend 'siuuu' en rollende triller), aangevuld met waarnemingen van paren, nestbouw (door vrouwtje, op de voet gevolgd door mannetje; vliegt soms honderden meters voor geschikt materiaal) en transport van voedsel (mannetje voert broedend vrouwtje, beide partners voeren jongen) of ontlastingspakketje (beide partners).
Zang op mooie dagen in nawinter al volop te horen. Bereikt piek net voor eileg (mannetje brengt triller ten gehore vlak bij nesthol) maar valt stil rond nestbouw; let dan op drukke roepjes ('dwied..dwied'). Fanatiek zingende mannen in mei zijn ongepaard. Luidruchtige families met uitgevlogen jongen (eind mei en juni) zorgen voor opleving in detecteerbaarheid (maar pas op met goed vliegende jongen: kunnen honderden meters van nestplaats zijn).
LET OP: oppervlakte van territorium kan sterk verschillen, van klein bij hoge dichtheden (besteed dan speciale aandacht aan nestbouw, om individuele paren uit elkaar te houden) tot groot bij lage dichtheden (let op 'uitsluitende waarnemingen').

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-6 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 15 februari t/m 31 mei
bij 7-10 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 15 februari t/m 31 mei
bij 11+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 15 februari t/m 31 mei

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in oud loofbos en gemengd bos met doorgaans hoog aandeel eiken of beuken, ook wel in parken en grote tuinen. Nest (meestal in oud spechtenhol of rotplek, soms in nestkast) krijgt op maat gemaakte ingang door pleisterwerk. Eileg van begin april tot half mei. Eén broedsel per jaar, meestal 6-7 eieren, broedduur 15-19 dagen, nestjongenperiode 23-26 dagen. Familiegroepjes nog twee weken na uitvliegen intact, daarna verdwijnen de jongen uit het territorium.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Begin april tot eind juni. Legpiek half april tot half mei. Eén broedsel per jaar.

Nesthabitat

Middeloud tot oud loofbos of gemengd bos, inclusief parken en grote tuinen. Meeste nesten in natuurlijke holtes in eik, beuk, es of andere bomen.

Nest

Vrouwtje maakt bestaande holte (doorgaans oud spechtenhol) op maat door ingang met modder te bepleisteren. Af en toe in nestkast, incidenteel in muurtje. Nestholte ruim gevuld met schilfers bast en stukjes dor blad.

Aanwijzingen

Aanwezigheid van territorium niet moeilijk vast te stellen door vele roepsessies, vooral in maart-april. Nest eenvoudig te vinden tijdens nestbouw . Het vrouwtje verzamelt tijdens droog weer soms over grote afstand modder en bastschilfers (sterke voorkeur voor grove den). Ze wordt daarbij begeleid (op de voet gevolgd) door het mannetje, dat in de buurt van het nest niet zelden een lange karakteristieke roller laat horen. Tijdens eifase stiller, maar vrouwtje verlaat nest iedere 20-30 minuten om voedsel te zoeken; mannetje voert vrouwtje soms vlakbij nest. Reageren nog steeds op afspelen geluid. Nestinspectie bij natuurlijke holen alleen mogelijk met zaklamp en tandartsspiegel. Wanneer ze het nest in de eifase verlaat, maakt het vrouwtje een schuddende beweging, waardoor de losse bastschilfers en blaadjes over de eieren schuiven. Een blaaspijpje (rietje) is dan handig om de eieren tijdelijk vrij te maken en ze te tellen.

Attentie

Soort vrij tolerant ten opzichte van nestcontroleur, maar pas op dat geen stukjes verharde modder (nestopening) in het nest vallen bij inspectie (geldt voor natuurlijke holen en nestkasten).

Bijzonderheden

Nest vaak gemakkelijk herkenbaar, maar opgedroogde modder rond nestingang kan bijna dezelfde kleur hebben als de boomstam.

Meer informatie

Broedtijd

Boomklevers zijn gebonden aan oude loofbomen. Ze hebben een ruime verspreiding over de bosrijke streken van Nederland, inclusief delen van de binnenduinrand, en nestelen ook in parken en oude tuinen in stedelijk gebied. De verspreiding werd sinds ongeveer 1975 veel ruimer. Op de zandgronden van Noordoost-Nederland en Noord-Brabant, waar de soort lange tijd schaars was, leverde het ouder en gevarieerder wordende bos goede vestigingsmogelijkheden op. De Boomklever begint zich ook langzamerhand wat meer te verbreiden over de laaggelegen delen van ons land. De landelijke broedpopulatie is in het laatste kwart van de twintigste eeuw ruim verdubbeld.

Buiten broedtijd

Uitgevlogen jonge Boomklevers kunnen enige omzwervingen maken over enkele tientallen kilometers. Daardoor verschijnen er in de nazomer en vroege herfst wel eens exemplaren op locaties waar ze niet broeden, mits deze op niet te grote afstand van broedgebieden liggen. Eenmaal gevestigd, gedragen Boomklevers zich bijzonder honkvast. Doortrek van oostelijke of noordelijke vogels vindt vrijwel niet plaats.