Lepelaar

Wetenschappelijke naam

Platalea leucorodia

Engelse naam

Eurasian Spoonbill

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

160

Broedpopulatie

3050-3200 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

5900-7800, aug-sep (2009-2014)

Lepelaar

Platalea leucorodia

Methode

Nesten tellen, evt. volwassen paren/individuen tellen op broedplaats.

Tijd van het jaar

Half maart t/m juni

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Nesten tellen in broedseizoen
Minimaal eenmaal bezette nesten tellen, bij voorkeur in de tweede helft van mei.

Nesten tellen na broedseizoen
Wanneer tellen in het broedseizoen onmogelijk of onwenselijk is, kan dit soms na afloop van het broedseizoen alsnog plaatsvonden (bijv. in de winter tijdens vorst). Tel de duidelijk gebruikte nesten.

Broedverdachte paren of individuen tellen
Indien nesttelling onmogelijk, dan minimaal eenmaal aantal paren of individuen tellen op of bij de broedplaats. Let op voedselvluchten (tot meer dan 10 km van de kolonie) en invallende vogels op potentiële broedplaats (locatie intekenen). Vestigingen van één of enkele paren zijn vaak onopvallend.

LET OP: Late vestigingen zijn mogelijk tot in juni. Door overstroming of verstoring treden soms verplaatsingen binnen het broedseizoen op. Vliegvlugge jongen (bedelend) zijn geen bewijs van broeden ter plaatse, ze kunnen van grote afstand afkomstig zijn.

Interpretatie

Bij nestentelling hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden in periode 15 mei-15 juni. Bij nestentelling buiten broedseizoen: aantal duidelijk gebruikte nesten aanhouden.
In overige gevallen (zang en/of balts):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 10 mei t/m 15 juni

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Broedgevallen buiten de bekende kolonies graag goed documenteren (datum, broedcode).

Bijzonderheden

Soort is (vooral in vestigingsperiode) verstoringsgevoelig. Kolonies nooit op eigen houtje betreden! Lepelaars worden jaarlijks goed bijgehouden door Werkgroep Lepelaar. Paren in nieuwe vestigingen tellen door observatie op afstand en eventueel bezoek aan nestplaats na broedseizoen.

Broedbiologie

Nestelt zowel op de bodem (duin, rietmoeras, hoge kwelders) als in struwelen (tot 2,5 m hoogte). Eileg vooral in april en begin mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3-5 eieren, broedduur 21-25 dagen, nestjongenperiode 45-50 dagen (maar jongen verlaten nest al veel eerder), jongen worden na uitvliegen nog ca. 4 weken gevoerd.

Tijd van het jaar

Eind juni tot in oktober en van eind februari tot en met mei; hoogste aantallen in juli-augustus

Tijd van de dag

Van 1 uur na zonsopgang tot 1 uur voor zonsondergang, in getijdengebieden tijdens hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken
- Bij grote gebieden of erg veel vogels: in teamverband tellen
- In getijdengebieden verplaatsingen onder invloed van getij

Bijzonderheden

- In kustgebieden in groepen tot meer dan 100, in binnenland meest solitair of groepjes tot enkele tientallen
- Traditioneel in keuze grote nazomerpleisterplaatsen
- In nazomer deels nog in familieverband, met bedelende onvolwassen vogels.
- Tel eventueel jonge vogels apart uit (voor herkenning leeftijden: http://www.surfbirds.com/mb/Features/spoonbill/ageing-spoonbill-0402.html)
- Beste te tellen in de 3 uur voor hoog water (tijdens hoog water dicht samengepakt en moeilijker individueel te tellen)
- In getijdengebieden verplaatsingen o.i.v. getij
- Gemeenschappelijke slaapplaatsen maart-september
- Let op kleurringen (Werkgroep Lepelaar, contact o.overdijk@wxs.nl)