Vuurgoudhaan

Wetenschappelijke naam

Regulus ignicapilla

Engelse naam

Common Firecrest

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

3500-4200 (2013-2015)

Geschat maximum winter

2500-5000 (2013-2015)

Vuurgoudhaan

Regulus ignicapilla

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half maart t/m eind juni

Datumgrenzen

20 april t/m 1 juli

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Zingende mannetjes tellen, met overige waarnemingen als aanvulling; vooral nestbouw (duurt vaak lang, bij eerste nest gemiddeld 22 dagen), transport van voedsel (voor jongen, maar ook van mannetje voor broedend vrouwtje) of uitwerpselen.
LET OP: Zangactiviteit kan vlagerig zijn, met de ene dag goede zang en de andere dag volstrekte stilte (let op contactroep, met enige oefening te herkennen van Goudhaan: zwaarder en lager, bijna Staartmees-achtig). Zang op rustige ochtenden over opmerkelijk grote afstand hoorbaar (zangpost vaak verder weg dan gedacht); wisseling mogelijk van 'harde' zang en zachtere, meer ingehouden variant. Doortrekkers (tot eind april) zingen soms (vaak op atypische plekken, zie echter Bijzonderheden).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-9 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 20 april t/m 1 juli
bij 10-16 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 1 juli
bij 17+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 1 juli

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Hoge zangtonen zijn voor mensen met gehoorproblemen niet (meer) hoorbaar!

Broedbiologie

Voorkeur voor middeloude tot oude sparrenbossen en gemengd bos, regelmatig ook in loofbossen met een enkele spar of groepjes sparren, lokaal (Zuid-Limburg, wellicht ook elders) in puur loofbos (en dan speciaal in delen met veel klimop of waterlot). Mijdt geschikte tuinen en parkjes allerminst. Nest meestal aan hoge tak (vaak uiteinde) van spar. Eileg half april (incidenteel eind maart) tot eind juni. Een tot twee broedsels per jaar (tweede broedsel kan ineengeschoven met eerste zijn, mannetje verzorgt dan uitgevlogen jongen terwijl vrouwtje nieuw legsel bebroedt), meestal 8-10 eieren, broedduur 14-16 dagen, nestjongenperiode 20-22 dagen.