Goudhaan

Wetenschappelijke naam

Regulus regulus

Engelse naam

Goldcrest

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

40.000-50.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Goudhaan

Regulus regulus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

10 april t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral in de vroege ochtend.

Aanwijzingen

Zang (hoog en voor sommigen moeilijk hoorbaar, in schemer vaak overstemd door andere vogelsoorten), overige relevante waarnemingen (nestbouw, voedseltransport etc.) vaak moeizaam te vergaren door verblijf in donker naaldhout, vaak hoog in kronen.
LET OP: doortrek mogelijk tot in mei, waarbij op trek gezongen kan worden.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 10 april t/m 30 juni
bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 10 april t/m 30 juni

Fusieafstand

100 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Gebonden aan naaldbos, met voorkeur voor sparren. Veel minder in gemengd bos dan Vuurgoudhaan, en ontbrekend als broedvogel in loofbos. Eileg van eind maart tot in juli. Twee broedsels, resp. vanaf eind maart/begin april en vanaf half juni. Meestal 5-13 eieren, broedduur 14-17 dagen, nestjongenperiode 18-22 dagen. Soms ineengeschoven broedsels (vrouwtje broedt eieren uit en gaat nieuw nest maken, mannetje neemt zorg voor jongen eerste broedsel over).

Broedtijd

In de broedtijd zijn Goudhaantjes vrijwel alleen te vinden in naaldbos, in het bijzonder sparrenbos. De dichtheden zijn dan ook het hoogst waar veel sparrenbos te vinden is, zoals op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en in Drenthe. De landelijke verspreiding is sinds 1975 in wezen onveranderd, op het lokaal verschijnen en verdwijnen van kleine populaties in marginale biotopen na. De aantallen bleven min of meer constant, maar met grote jaarlijkse verschillen. Een hoog populatieniveau wordt bereikt na series van zachte winters, terwijl streng winterweer soms (maar lang niet altijd) resulteert in een crash. Los daarvan is de tendens tot omvorming van het bos (in dit geval: sparrenplantages vervangen door natuurlijker loofbos) ongunstig voor deze soort.

Buiten broedtijd

Buiten de broedtijd zijn Goudhaantjes veel minder gebonden aan naaldhout. Op trek en in de winter verschijnen ze ook in loofbossen, stadstuinen en beplanting in boerenland. De Nederlandse Goudhaantjes, vermoedelijk standvogel, krijgen gezelschap van vogels uit Noord- en Oost-Europa. Hun toestroom, vooral in oktober, kan jaarlijks enorm variëren. In sommige najaren neemt de trek massale proporties aan, zoals in 1975, 1983 en 1989. De winteraantallen vertonen minder grote fluctuaties. Van doortrek wordt in het voorjaar amper iets gemerkt, het meest nog in maart.