Rietzanger

Wetenschappelijke naam

Acrocephalus schoenobaenus

Engelse naam

Sedge Warbler

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

20.000-25.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij klein aantal

Rietzanger

Acrocephalus schoenobaenus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juli

Datumgrenzen

20 april t/m 10 juli

Tijd van de dag

Gehele ochtend, met zangpiek in ochtendschemer; in mei vaak gehele dag en in avondschemer en 's nachts.

Aanwijzingen

Zingende mannetjes (vaak ook in baltsvluchtje), aangevuld met territoriale conflicten (dringt vaak buurtterritoria binnen, met conflicten tot gevolg; ook agressief tegenover andere soorten), nestbouw, alarm, transport van voedsel of uitwerpselen.
LET OP: Ongepaarde mannetjes zingen tot in de middag. Nadat eileg begonnen is, verlegt een deel van de mannetjes de zandgactiviteit naar een tweede territorium, soms op enkele honderden meters van eerste territorium gelegen. Keert na het uitkomen van de eieren terug om te helpen bij verzorging jongen in eerste territorium.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-6 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 20 april t/m 10 juli
bij 7-10 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 10 juli
bij 11+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 20 april t/m 10 juli

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Gebonden aan verlandingszones, veelal met enige opslag. Nest laag boven de grond in rietruigte, zeggenbulten, ook tussen wilgenuitlopers enz. Eileg eind april tot begin juni. Eén, soms twee broedsels per jaar, meestal 4-6 eieren, broedduur 12-15 dagen, nestjongenperiode 10-14 dagen. Uitgevlogen jongen worden onder beide ouders verdeeld.

Buiten broedtijd

Rietzangers zijn aanwezig van eind maart of begin april tot begin oktober. Trekkers kunnen in het voorjaar tot in mei buiten de broedgebieden opduiken. Jonge vogels verlaten de nestomgeving vanaf eind juni. De echte wegtrek begint in juli en kent een piek in augustus. In de loop van september verminderen de aantallen snel.

Broedtijd

In West- en Noord-Nederland is de Rietzanger een talrijke broedvogel in allerlei moerassen en soms ook in riet langs sloten in boerenland. In uitgestrekte geschikte biotopen, zoals sommige laagveenmoerassen, kunnen honderden paartjes broeden. Op de hoge gronden is de Rietzanger ronduit schaars. De landelijke stand nam tussen ongeveer 1970 en 1985 sterk af. In deze tijd raakten ook de moerassen op de hoge gronden hun Rietzangers merendeels kwijt. De toename vanaf met name 1995 is in feite deels herstel van de eerdere inzinking. De neerslag in de Sahel is bepalend voor de winteroverleving en speelt een doorslaggevende rol in de landelijke trend. Uitbundige regenval in de Sahel wordt gevolgd door forse aantallen Rietzangers in Nederland (zoals in 2011), grote droogte leidt tot een laag populatiepeil (1985).