Paapje

Wetenschappelijke naam

Saxicola rubetra

Engelse naam

Whinchat

Rode Lijst :Bedreigd
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

260-320 (2013-2015)

Geschat maximum winter

0-5 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

2000-10.000 (2008-2012)

Paapje

Saxicola rubetra

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 20 juli

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends, soms al ruim voor zonsopkomst. Ook in de vroege avonduren.

Aanwijzingen

Waarnemingen van paar of individu in geschikt biotoop, met nadruk op zang, nestbouw, alarm en voedseltransport.
Late vestigingen zijn mogelijk, maar pas op voor late doortrek. Zulke trekkers kunnen evt. zingen, maar houden zich doorgaans (alleen of in groepjes, soms paartjes) op in ongeschikt biotoop (intensief cultuurland) en reageren niet met alarm op waarnemer. Eenmalige waarnemingen controleren met vervolgbezoek (aanwezige broedvogel laat zich vrijwel altijd horen).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 20 juli

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 juni t/m 20 juli

Fusieafstand

200 m

Documentatie

Broedgevallen in de zuidoostelijke helft van het land (waar de soort vrijwel uitgestorven is) graag goed documenteren, met hoogste broedcode en details per geval.

Bijzonderheden

Meeste Paapjes broeden in de duinen (incl. Waddeneilanden) en Drenthe/Oost-Groningen. In het laatste gebied lokaal nog vrij talrijk in en nabij natuurgebieden en ook lokaal in cultuurland met aangepast beheer.

Broedbiologie

Nestelt in open landschappen met verticale structuren (vegetatie, paaltjes; uitkijkposten) en dichte bodembedekkende vegetatie (nestplaats): hoogveen en (natte) heide met lichte opslag, kruidenrijke natte graslanden, randen van moerassen, soms ook zeer jonge aanplant. Bodemnest goed verstopt, meestal in directe omgeving van een der zangposten. Eileg begin mei tot in juni, vooral tweede helft mei. Eén broedsel per jaar, incidenteel twee broedsels, meestal 5-7 eieren, broedduur 11-13 dagen, nestjongenperiode 11-15 dagen.