Nachtegaal

Wetenschappelijke naam

Luscinia megarhynchos

Engelse naam

Common Nightingale

Rode Lijst :Kwetsbaar
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

5900-7300 (2013-2015)

Geschat maximum winter

-

Nachtegaal

Luscinia megarhynchos

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juni

Datumgrenzen

5 mei t/m 20 juni

Tijd van de dag

Vooral in de vroege ochtend en avond.

Aanwijzingen

Zang, alarm (diepe roller) en andere aanwijzingen voor een nest: nestbouw, transport van voedsel of uitwerpselpakketje (beide partners).
LET OP: bij hoge dichtheden kan het lastig zijn de door elkaar schallende mannetjes individueel te onderscheiden. Zingt kort na aankomst gedurende groot deel van de dag en regelmatig ook 's nachts, maar zangactiviteit dooft snel na start van broedsel (vanaf begin mei). Knorrende alarmroep (gemakkelijk te provoceren) en fluitende heldere contactroep verraden dan aanwezigheid. Hardnekkig zingende vogels na eind mei zijn hoogstwaarschijnlijk ongepaard.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-3 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 5 mei t/m 20 juni
bij 4-7 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 5 mei t/m 20 juni
bij 8+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 5 mei t/m 20 juni

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in bossen en halfopen landschappen met goed ontwikkelde maar niet te dichte kruidlaag, met in Nederland hoogste dichtheden in struweelrijke duinen en moerasbos. Nestelt op bodem of laag boven de grond in dicht struweel, tussen op de grond liggende takken, etc. Eileg van eind april tot in juni. Eén broedsel per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 13-14 dagen, nestjongenperiode 12-13 dagen, uitgevlogen jongen worden nog max. 2 weken verzorgd.