Nachtegaal

Wetenschappelijke naam

Luscinia megarhynchos

Engelse naam

Common Nightingale

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

6500-7500 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij groot aantal

Nachtegaal

Luscinia megarhynchos

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m juni

Datumgrenzen

5 mei t/m 20 juni

Tijd van de dag

Vooral in de vroege ochtend en avond.

Aanwijzingen

Zang, alarm (diepe roller) en andere aanwijzingen voor een nest: nestbouw, transport van voedsel of uitwerpselpakketje (beide partners).
LET OP: bij hoge dichtheden kan het lastig zijn de door elkaar schallende mannetjes individueel te onderscheiden. Zingt kort na aankomst gedurende groot deel van de dag en regelmatig ook 's nachts, maar zangactiviteit dooft snel na start van broedsel (vanaf begin mei). Knorrende alarmroep (gemakkelijk te provoceren) en fluitende heldere contactroep verraden dan aanwezigheid. Hardnekkig zingende vogels na eind mei zijn hoogstwaarschijnlijk ongepaard.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
bij 1-3 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 5 mei t/m 20 juni
bij 4-7 geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 5 mei t/m 20 juni
bij 8+ geldige bezoeken: 3 waarnemingen waarvan 1 in de periode 5 mei t/m 20 juni

Fusieafstand

200 m

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt in bossen en halfopen landschappen met goed ontwikkelde maar niet te dichte kruidlaag, met in Nederland hoogste dichtheden in struweelrijke duinen en moerasbos. Nestelt op bodem of laag boven de grond in dicht struweel, tussen op de grond liggende takken, etc. Eileg van eind april tot in juni. Eén broedsel per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 13-14 dagen, nestjongenperiode 12-13 dagen, uitgevlogen jongen worden nog max. 2 weken verzorgd.

Broedtijd

Het zwaartepunt van de verspreiding ligt in de duinstrook, waar vermoedelijk minstens de helft van de Nederlandse Nachtegalen broedt. Elders is het voorkomen nogal schaars, met alleen lokaal hoge dichtheden, vaak in loofbossen op natte gronden. De soort is sinds ongeveer 1975 verdwenen van veel broedlocaties op de hoge gronden. Door verlaging van het grondwaterpeil zijn veel bossen sterk verruigd, wat ongunstig is voor deze grondfoerageerder. Deze afname werd een tijdlang gecompenseerd door sterke toename in de duinen, een gevolg van oprukkende struikvorming. Recent worden delen van de duinen ontdaan van struiken teneinde verstuiving weer een kans te geven. Mede hierdoor lopen de landelijke aantallen momenteel achteruit.

Buiten broedtijd

De eerste Nachtegalen arriveren half april in ons land. Serieuze doortrek van buitenlandse vogels valt amper te verwachten omdat ons land aan de noordwestrand van het verspreidingsgebied ligt. Op de broedplaatsen zijn de vogels na half juli moeilijk te vinden. Ringonderzoek toont aan dat Nachtegalen tot half september in ons land verblijven, maar dat de meerderheid half augustus verdwenen is. Enkelingen houden het vol tot in oktober.