IJsvogel

Wetenschappelijke naam

Alcedo atthis

Engelse naam

Common Kingfisher

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

1150-1350 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

IJsvogel

Alcedo atthis

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin maart t/m eind juli

Datumgrenzen

20 maart t/m 15 mei

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren (vliegende vogels met kijker volgen), speciaal letten op aanwezigheid van individu/paar in geschikt broedbiotoop, balts (vooral bij eerste broedsel opvallend, maart-april), nestbouw, voedseltransport en bezoek aan nesthol (doorgaans met roepen). Gericht zoeken naar bewoonde nestholen in steile oevers of wortelkluit van omgevallen boom (soms op enige afstand van water). Bij twijfel omtrent voorkomen kan afspelen van roepgeluid zinvol zijn.
Bewoond nesthol is herkenbaar aan vers zand onder hol, visgraten in nestpijp, visgeur, ontbreken van spinnenwebben voor hol, poepjes onder ingang en onder zitplaatsen bij nest, en bedelgeluid bij grote jongen (cicade-achtig). Oppassen voor solitaire vogels (graven soms ondiep hol). Foerageren vindt plaats tot meer dan 1 km van nest. Uitgevlogen jongen vanaf begin mei.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 maart t/m 15 mei en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 20 maart t/m 15 mei

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Hoogste broedcode per geval aangeven.

Bijzonderheden

Nesthol wordt soms opnieuw gebruikt, zowel binnen seizoen als in verschillende jaren. Nesten van twee paren kunnen bij gebrek aan geschikte plekken op 80 m van elkaar zitten, maar doorgaans op meer dan 1 km, zelfs in goede jaren en goede gebieden. Mannetje kan verzorging uitgevlogen jongen op zich nemen terwijl vrouwtje met volgend broedsel begint (ineengeschoven broedsel). Tweede broedsels kunnen in hetzelfde hol plaatsvinden (behalve bij ineengeschoven broedsels) of in een ander hol tot op 1500 m van eerste broedsel.

Broedbiologie

Gebonden aan langzaam stromende of stilstaande zoete en visrijke wateren met steilwanden (tenm. 50 cm hoog) en zitplekken (minder dan 3 m boven water). Eileg van eind maart tot diep in zomer, met veelal pieken half april (eerste broedsel), half juni en begin juli (tweede en evt. derde broedsels). Twee broedsels per jaar normaal, derde of zelfs vierde broedsel mogelijk. Broedduur 18-21 dagen, nestjongenperiode 22-28 dagen.