Draaihals

Wetenschappelijke naam

Jynx torquilla

Engelse naam

Eurasian Wryneck

Rode Lijst :Ernstig bedreigd
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

60-80 (2016)

Geschat maximum winter

-

Draaihals

Jynx torquilla

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

20 april t/m 1 juli

Tijd van de dag

Vooral in vroege ochtend.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in broedbiotoop, speciaal roepende vogels. Afspelen baltsroep met geluidrecorder verdient aanbeveling maar moet voorzichtig worden gedaan; onmiddellijk stoppen bij reactie, en attent zijn op verplaatsingen.
LET OP: Door Draaihals uitgeworpen nestmateriaal/eieren/jongen van andere soorten (o.a. mezen) bij nestkasten of boomholten kan goede aanwijzing zijn maar is niet diagnostisch (Bonte Vliegenvanger en andere spechten doen het ook).
Partners roepen tijdens balts vaak in duet (let op bij vogels die binnen in hol roepen: klinkt van ver!), maar zangactiviteit valt na eileg weg; soort dan zeer onopvallend (wees attent op vogels die op kale grond naar mieren zoeken). Grondig doorkruisen van terrein waar roep gehoord is wordt aanbevolen; let speciaal op morsige berken (geliefde nestboom).
Jongen bedelen vlak voor uitvliegen luidruchtig in nestholte en na uitvliegen enkele dagen in de omgeving van het nest. Bedelgeluid lijkt op zang van Vuurgoudhaan, maar dan tweemaal zo snel.
Broedplaats veelal reeds in juli verlaten.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 april t/m 1 juli

In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop):
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 1 juli en in totaal 2 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Soort lijkt uit Nederland te verdwijnen. Ieder geval s.v.p. goed documenteren, zeker buiten de bekendere broedgebieden (Veluwe, Drenthe).

Bijzonderheden

In vestigingsperiode worden grote afstanden afgelegd (meer dan 1 km mogelijk) en houden mannetje en vrouwtje er gescheiden activiteitsgebieden op na. Doortrekker kan roepen!

Broedbiologie

Tegenwoordig vrijwel beperkt tot open loofbos op zandgrond (veelal randzone van heide), in verleden ook in hoogstamboomgaarden, oude tuinen etc. Broedt in oude spechtenholen, andere holen en nestkasten. Eileg begin mei tot begin juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 6-10 eieren, broedduur 11-14 dagen, nestjongenperiode 20-25 dagen.