Een traditie wordt dynamisch: recente ontwikkelingen bij het voorkomen van ganzen in Nederland

Kees Koffijberg

meetnetcoördinator en ganzenspecialist Sovon 

We zijn er langzaam aan gewend geraakt dat Nederland in de wintermaanden een slordige 2,5 miljoen ganzen herbergt, voor een belangrijk deel broedvogels van de noordelijke toendra. Ook een opgaande lijn in hun voorkomen was tot voor kort evident. Aan die ontwikkeling lijkt nu een einde gekomen.

Kees Koffijberg

In de afgelopen seizoenen was het bezoek aan Nederland duidelijk tanende, zo blijkt uit de maandelijkse watervogeltellingen die Sovon coördineert. Een soort als de Kleine Rietgans laat ons land tegenwoordig grotendeels links liggen; wie echt grote concentraties wil zien kan beter naar Denemarken afreizen dan naar Fryslân.

Ook bij andere soorten tekent zich een stabilisatie of een afname af. Een uitwerking van internationale tellingen en onderzoek aan de afzonderlijke soorten wijst er op dat de aantrekkelijke ligging van Nederland in de verschilende flyways gaandeweg verbleekt. Warme winters maakt noordelijker overwinteren mogelijk en veranderingen in de landbouw zorgen daar voor voldoende voedsel.

Tegelijk zitten de ganzen die in Nederland broeden nog in de lift en worden de wintergroepen bij een aantal soorten steeds Nederlandser. Ganzen hebben dan wel de naam traditioneel te zijn, maar de voorbeelden in de presentatie laten zien dat we geenszins te maken hebben met 'domme ganzen', maar met een soortgroep die heel slim en snel inspeelt op veranderingen in hun omgeving, zelfs als dat risico's met zich mee brengt om te overleven.