Ortolaan

Wetenschappelijke naam

Emberiza hortulana

Engelse naam

Ortolan Bunting

Rode Lijst

Verdwenen uit Nederland

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

-

Geschat maximum winter/doortrek

uiterst klein aantal

Ortolaan

Emberiza hortulana

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Half april t/m eind juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends (maar meestal niet vroeg).

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in geschikt biotoop (kleinschalig cultuurland met veel zomergranen en loofsingels) noteren, met speciale aandacht voor zang (vaak vanaf hoge zangpost, soms vanaf kluit op bodem; baltsvluchtje tussen verschillende zanposten), nestbouw of voedseltransport.
Broedvogels zingen lang door (tot aan uitkomen der eieren); let bij zingende vogel op of hij gepaard is of niet (ongepaarde vogel zingt veel frequenter en heeft minder binding aan bepaalde plekken). Familie met stuntelig vliegende jongen is indicatie voor broedsel ter plaatse.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni

Fusieafstand

300 m

Documentatie

Soort is als broedvogel inmiddels uitgestorven in Nederland, maar een incidenteel geval is niet uitgesloten. Uitgebreide documentatie noodzakelijk met hoogste broedcode per datum. BELANGRIJK: vermeldt of het om een ongepaarde vogel dan wel een paar ging.

Bijzonderheden

Door grondbewerking of vegetatiegroei kunnen verplaatsingen tot eind mei optreden.

Broedbiologie

Gebonden aan kleinschalig cultuurland op droge bodem; Nederlandse vestigingen op heide betroffen wellicht ongepaarde mannetjes. Bodemnest meestal in rogge of wintergerst, evt. in andere lage vegetatie (bij begin nestbouw niet hoger dan 15 cm). Eileg half mei tot eind juni, vooral tweede helft mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3-6 eieren, broedduur 11-12 dagen, nestjongenperiode 8-10 dagen, jongen na ca. 14 dagen vliegvlug.

Broedtijd

De Ortolaan was tot halverwege de twintigste eeuw een broedvogel van kleinschalig boerenland met roggeakkers en eikenwallen op de zandgronden. De belangrijkste broedgebieden lagen in de Achterhoek, Midden-Brabant en de noordelijke helft van Limburg. Ondanks een gerapporteerde afname nestelden er rond 1950 naar schatting nog 1500 paren in Nederland. Dat aantal nam af tot zo'n 200 in 1975 en 30 rond 1990. Schaalvergroting in de landbouw en overgang van granen op mais betekenden de doodklap voor de Ortolaan. De laatste zekere broedgevallen vonden plaats in 1999. Sindsdien worden onregelmatig zingende, ongepaarde Ortolanen waargenomen in de voormalige broedgebieden. De soort is in vrijwel heel West- en Midden-Europa op zijn retour.

Buiten broedtijd

Ortolanen worden vrijwel alleen op trek gezien, vooral in het najaar. De meeste passeren eind augustus en in de eerste helft van september, met enkele nakomers tot begin oktober. Waarnemingen worden vooral gedaan langs de kust en in de zuidoosthelft van het land, door trektellers die bekend zijn met de onopvallende vluchtroepjes. Voorjaarstrekkers duiken eind april en in vooral de eerste helft van mei op.