Weidevogelbalans 2013

Weidevogelbalans

Er zijn geen andere vogels in Nederland waarmee we ons als samenleving zo verbonden voelen als met weidevogels. Maar het gaat niet goed met ze. De Weidevogelbalans geeft een overzicht van basisgetallen die als achtergrond kunnen dienen bij het ontwikkelen van beheer en beleid.

Aantallen en trends weidevogels

De sterkste afname vertonen steltlopers als Grutto, Kievit, Wulp en Watersnip. Koploper is de Scholekster, waarvan de aantallen jaarlijks met 5% afnemen. Bij zangvogels is het beeld meer divers. De Veldleeuwerik is bijvoorbeeld vrijwel gedecimeerd binnen enkele decennia, maar de Gele Kwikstaart is iets toegenomen, vooral de laatste jaren. In aantal toegenomen zijn enkele eendensoorten, zoals Krakeend en Kuifeend, terwijl Winter- en Zomertaling juist sterk zijn afgenomen.

Provinciale verschillen

Er bestaan grote provinciale verschillen. Provincies die zich in de periferie van het verspreidingsgebied bevinden vertonen de grootste afname. Het grootste deel van de kievit- en gruttopopulatie wordt gevonden in Friesland en Noord-Holland. In die provincies gaan de aantallen weliswaar achteruit, maat in vergelijking met andere provincies minder snel. Opmerkelijk is de sterke afname in Zeeland van de steltlopersoorten aldaar. Deze provincie kende tot voor kort nog een beperkte afname in verhouding tot de rest van Nederland.

Uitkomstsucces

Vrijwilligers brachten veel gegevens bijeen over het uitkomstsucces van nesten die worden beschermd. Landelijke is het uitkomstsucces bij Kievit en Grutto wat verbeterd, maar bij Scholekster en Tureluur is het juist verslechterd. Ten noorden van de lijn Texel – Maastricht zijn de verliezen door predatie en andere verliesoorzaken als verlaten en agrarische activiteiten groter dan het landelijk gemiddelde en ten zuiden juist kleiner.

Kuikenoverleving

De overleving van kuikens na het uitkomen van de eieren is moeilijk vast te stellen. Als nestvlieders verlaten ze immers meteen het nest. Tellingen van alarmerende ouders geven enig houvast. Deze laten een iets gunstiger resultaat zien sinds het begin van deze tellingen. De indruk bestaat dat dit vooral komt doordat men hierdoor bewuster de noodzakelijke ruimtelijke samenhang van beheer in de vingers begint te krijgen.

Download