Boerenzwaluw

Wetenschappelijke naam

Hirundo rustica

Engelse naam

Barn Swallow

Rode Lijst :Gevoelig
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

210.000-280.000 (2013-2015)

Geschat maximum winter

0-2 (2013-2015)

Boerenzwaluw

Hirundo rustica

Methode

Lokaliseren van broedparen, nesten tellen

Tijd van het jaar

Half april t/m augustus

Datumgrenzen

20 mei t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag, maar sterk afhankelijk van weersomstandigheden (meeste activiteit bij droog, zonnig weer).

Aanwijzingen

Lokaliseren van rond broedplaats rondvliegende vogels of (beter!) systematische controle van gebouwen op nesten.

Lokaliseren broedparen
Tel rondvliegende vogels per broedplaats (schuur, stal enz.) eind mei en in juni (meeste vogels bezig met eerste broedsel). Twee tellingen geven beste indruk. Probeer zingende mannetjes (in vlucht of vanaf zitplaats) en vogels met nestmateriaal of uitwerpselen te onderscheiden. In slechtste geval: totaal aantal vogels tellen en delen door 2. Deze methode geeft slechts een vage indruk van het aantal broedparen.

Nesten tellen
Beste resultaten, zeker bij wat hogere dichtheden, door systematisch bezoeken van geschikte locaties (vraag toestemming!), geselecteerd op grond van rondvliegende vogels. Twee bezoeken, in juni en juli, voldoende om goed beeld te krijgen. Nesten vrijwel altijd op balken of richels in stal of schuur, zowel laag als hoog (lantaarn mee!). Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden.
Pas op voor door mussen, Witte Kwikstaart of andere soorten bezette nesten (meestal met stro en veren).

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden in periode 20 mei-30 juni.
In overige gevallen (adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 mei t/m 30 juni en in totaal 1 waarnemingen in gehele periode

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Navraag bij bewoners kan informatie geven over aantal broedparen, maar houdt er rekening mee dat slechts weinigen exacte aantallen weten. Onder ongunstige omstandigheden kan een hele serie broedsels tegelijkertijd te gronde gaan.

Broedbiologie

Broedt vrijwel uitsluitend in agrarisch cultuurlandschap, zowel in dorpen/gehuchten als alleenstaande boerderijen, een enkele keer in stadsranden. Nestelt vooral op boerenbedrijven met vee of gemengde bedrijfsvoering (koeien- en varkensstallen, schuren), soms ook onder bruggetjes, aan sluizen enz. Eileg begin mei tot in augustus. Een tot drie broedsels per jaar (afhankelijk van weer en voedsel), met pieken eind mei/begin juni (eerste broedsel), eind juni/begin juli (tweede broedsel) en evt. augustus (derde broedsel). Meestal 2-6 eieren, broedduur 12-16 dagen, nestjongenperiode sterk afhankelijk van weersituatie, tot 20-24 dagen.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Begin mei tot en met eind augustus. Twee of drie broedsels, per jaar nogal synchroon verlopend maar met enige jaarlijkse variatie in timing vanwege weersomstandigheden.

Nesthabitat

Nesten vrijwel altijd in gebouwen, doorgaans stallen bij boerderijen met vee. In sommige gebieden ook betrekkelijk regelmatig onder kleine bruggen, incidenteel in open garage, fabriek of ander gebouw. Agrarisch gebied of stadsranden, niet in centra van grote steden.

Nest

Nestbouw door beide partners. Ondiep halfopen nest, gemaakt van strootjes of ander plantenmateriaal gemengd met modder of mest. Nest meestal op 2-5 m hoogte op balk of muurtje, in nis (ontbrekende steen in muur), vaak met enige ondersteuning (bijv. elektriciteitsleidingen). Vorm van nest aangepast aan standplaats en meestal halfrond, soms helemaal rond (op ouderwetse lamp).

Aanwijzingen

Systematisch onderzoek van geschikte en toegankelijke gebouwen, die vaak jarenlang bezet blijven. Ieder gebouw dat door Boerenzwaluwen bezocht wordt, is in principe de moeite waard! Aantal broedparen per gebouw varieert van één tot enkele tientallen. Sterke zaklamp onmisbaar, nestinspectie via ladder of spiegel op stok. Systematisch balken of andere potentiële nestplaatsen langsgaan. Afvliegende vrouwtjes en/of alarmerende oudervogels wijzen op een nest in de eifase. Nesten met jongen die gevoerd worden zijn gemakkelijk op geluid te lokaliseren. Nesten die (nog) leeg zijn maar waarin verse modder verwerkt of die gevoerd zijn met (witte) veertjes zijn bewoond; controleer deze later. In de vroege jongenfase ligt er nog geen poep onder het nest. Pas vanaf dag 5-7 poepen de jongen zelf over de rand. Nesten met grote jongen hebben witte poepplakkaten op de grond. Let bij nacontrole op toestand nest: schone nesten zijn mislukt, maar niet alle nesten met veel bloedspoelschilfers (gruis) in nestkom zijn gelukt; grote jongen klimmen bij voedselproblemen (slecht weer) soms uit nest en liggen dan dood op de grond. Soms worden jongen uit het nest gegooid door de buurman die vervolgens probeert het vrouwtje te claimen!

Attentie

Soort vrij tolerant ten opzichte van nestcontroleur, maar beperk de periode van aanwezigheid (zeker bij koel en regenachtig weer).

Bijzonderheden

Vaak ook mussennesten in stallen, maar deze zijn slierteriger (lange grassen) dan van Boerenzwaluw en bevatten geen klei. Meeste nesten van Boerenzwaluw eenvoudig te zien, op zeer donkere of rommelige plekken na. Let in zo’n geval op nestmateriaal, poepjes of eischalen op de grond. Ga in een onoverzichtelijke schuur enkele minuten rustig op een plek met goed overzicht zitten en houd in de gaten waar oudervogels heenvliegen. Plekken met veel poep op de grond (witte plakkaten) wijzen op nesten met grote jongen, maar pas op voor slaapplaats van een of meer mannetjes.

Meer informatie