Kuifleeuwerik

Wetenschappelijke naam

Galerida cristata

Engelse naam

Crested Lark

Rode Lijst

Ernstig bedreigd

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

1 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

zeer klein aantal

Kuifleeuwerik

Galerida cristata

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juli

Datumgrenzen

15 maart t/m 15 juli

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends; vooral zondagochtend geschikt i.v.m. verkeerslawaai.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, speciaal letten op zang (zowel op de grond, vanaf uitkijkpost en hoog in de lucht, en plaatsbepaling dan moeilijk), baltsend paar (mannetje achtervolgt vrouwtje in vlucht), nestbouw (materiaal verzamelend op bodem), voedseltransport (beide partners voeren), uitgevlogen jongen. Veelal onopvallend op broedplaats (weinig zingend en rondvliegend, niet schuw). Afpelen van geluid vermoedelijk lonend bij de huidige lage dichtheid. Probeer te achterhalen of er een ongepaarde vogel aanwezig is dan wel een paar.
Soort is uitermate zeldzaam geworden; toch blijft extra-aandacht aan nieuwbouwwijken, industrieterreinen etc. zinvol. Navraag doen bij bewoners kan zinvol zijn (vogelgids mee), maar controle is altijd nodig.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 15 maart t/m 15 juli

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Geef aan of het om een ongepaarde vogel of paar ging. Per geval hoogste broedcode aangeven. Soort staat op het punt van uitsterven!

Bijzonderheden

Broedbiologie

Broedt op droge en spaarzaam begroeide bodem, tegenwoordig vrijwel uitsluitend binnen bebouwing (bouwplaats, industriegebied, rangeerterrein), tot voor kort ook in meer natuurlijke landschappen (duinenrand, zandpaden, zandige heide). Bodemnest meestal tussen vegetatie verstopt, soms op platte daken. Eileg begin april tot begin juli. Twee tot drie broedsels per jaar, meestal 3-5 eieren, broedduur 12-13 dagen, nestjongenperiode 9-11 dagen, jongen vliegvlug met 14-16 dagen; jongen worden gevoerd tot ca. dag 20.

Broedtijd

De Kuifleeuwerik, van oorsprong een bewoner van steppen en halfwoestijnen, broedt in ieder geval vanaf de negentiende eeuw in Nederland. In de twintigste eeuw werd hij een bekende stadsbewoner en nestelde hij tevens hier en daar aan de randen van stuifzanden, schrale heide en agrarisch cultuurland. Omstreeks 1975, toen de bloeiperiode vermoedelijk net voorbij was, waren er nog rond 4000 broedparen. Dat aantal nam snel af tot 425 rond 1990, minder dan 100 vanaf 1997 en slechts enkele vanaf 2010. Veranderingen in de stedenbouw, met verlies aan braakliggende terreinen, speelden vermoedelijk een hoofdrol in de neergang. Ook elders in West- en Midden-Europa verdween de soort nagenoeg.

Buiten broedtijd

Als standvogel in het overgrote deel van zijn Europese broedgebied is er bij ons nauwelijks doortrek te verwachten. Toch zijn er uit het verleden waarnemingen van groepjes bekend ver van de broedgebieden, al kunnen foutieve determinaties niet helemaal worden uitgesloten. Tegenwoordig wordt een enkele maal nog een Kuifleeuwerik waargenomen buiten de laatste broedterreinen.