Middelste Bonte Specht

Wetenschappelijke naam

Dendrocopos medius

Engelse naam

Middle Spotted Woodpecker

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

750-850 (2015)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij zeldzaam

Middelste Bonte Specht

Dendrocopos medius

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

20 februari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends, maar in maart-april ook overdag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, letten op territorium- of nestindicerend gedrag: roepsessies (nasaal 'wééh..wééh' en serie 'biek-biek-biek' roepjes), paar aanwezig, bezoek nesthol, bedelende jongen in nest enz. Gebruik van recorder (beide roepgeluiden) stimuleert roepactiviteit, maar moet spaarzaam worden toegepast i.v.m. verstoring en interpretatieproblemen (vogels kunnen van grote afstand op geluid afkomen).
LET OP: Onervaren waarnemers kunnen zich vergissen met opgewonden 'kik...kik' roepjes van Grote Bonte Specht (bij Middelste Bonte Specht neigt de roep echter naar een zwakke ''u'klank, roepjes ook minder schel) en moeten de maker van het geluid in beeld trachten te krijgen. Oppassen voor uitgevlogen jonge Grote Bonte Spechten (vanaf begin juni): hebben rode tekening op kop.
Ongepaarde mannetjes bestrijken grote gebieden en kunnen lang doorgaan met roepsessies (vooral 'wééh..wééh' geluid), terwijl broedvogels na half april zeer stil kunnen zijn. Ze kunnen aanleiding zijn tot serieuze overschatting van de aantallen!
Beide geslachten manifesteren zich nadrukkelijk op broedplaats; ze zijn aan kleedkenmerken te herkennnen, maar dit is vaak lastig (hoog in de bomen, beweeglijk). Bij zeer intensief waarnemen en fotograferen zijn alle vogels individueel herkenbaar.
Grote nestjongen (begin juni) bedelen fanatiek en het geluid is met enige ervaring te onderscheiden van dat van Grote Bonte Specht. Tips: soort broedt gemiddeld iets later dan Grote Bonte Specht; adulten met voer arriveren zwijgzamer bij nest en met grotere pauzes (Grote Bonte Specht vaak iedere 10 minuten); uit het nest hangende jongen herkenbaar aan ontbreken zwarte streep tussen oog en rode kruin (informatie B. Veenstra).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 februari t/m 20 juni

In overige gevallen (adult in broedbiotoop):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 april t/m 1 juni

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Hoogste broedcode opgeven bij gevallen binnen bekende broedgebieden (Twente, Achterhoek, Rijk van Nijmegen, Noord-Brabantse landgoedbossen, Zuid-Limburg). Elders broedgevallen graag zorgvuldig documenteren, met per datum hoogste broedcode.
SOVON garandeert desgewenst geheimhouding exacte locatie!

Bijzonderheden

Sinds 1996 jaarlijkse broedvogel met sterke populatietoename (350 paren in 2011). Verdere uitbreiding valt te verwachten, ook buiten de zuidoostelijke helft van het land.

Broedbiologie

Bewoont vrij oude en veelal vrij open loofbossen, zowel hardhout- als zachthoutsoorten. Aanwezigheid bomen met ruwe stam (eik, linde, els, wilg, populier) en hoog aandeel dood staand hout vaak markant binnen broedbiotoop. Aangrenzende hoogstamboomgaarden of parken worden geregeld gebruikt, in Duitsland ook in bosjes van 2-3 ha in halfopen landschap. Eileg eind april tot begin juni. Eén broedsel per jaar, meestal 5-6 eieren, broedduur 11-14 dagen, nestjongenperiode 20-23 dagen. Nesten kunnen, ook in Nederland, in optimale situaties op 250 m of minder van elkaar liggen.

Literatuur

de Bruijn O. & Wouda S. 2011. Het intieme leven van de Middelste Bonte Specht op Twickel onthuld door territoriumkartering op basis van individuele herkenning. Vogels in Overijssel 10: 88-109.

Broedtijd

In het grootste deel van de twintigste eeuw was de Middelste Bonte Specht een zeldzaamheid. Van de negen broedgevallen tot en met 1995 stammen de meeste uit Twente rond 1960. Vanaf 1996 nestelt de soort jaarlijks in het land, in sterk toenemende aantallen. Na de eeuwwisseling steeg het aantal vlot van enkele tientallen naar vele honderden broedparen. De verspreiding bleef aanvankelijk beperkt tot Zuid-Limburg, gevolgd door Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en Noord-Brabant. De soort rukt nog steeds verder naar het noordwesten op. Deze expansie past binnen een uitbreidingsgolf die ook in Duitsland en België opviel. Hij werd bevorderd door het ouder worden van bos en extensiever bosbeheer, met een grotere tolerantie van dood of stervend hout.

Buiten broedtijd

In augustus worden Middelste Bonte Spechten, mogelijk uitzwervende jonge vogels, in de ruime omgeving van de broedplaatsen gezien. Dit houdt aan gedurende het najaar, wanneer in sommige jaren ook enige trekbewegingen lijken voor te komen. Zo volgde de nieuwe vestiging in Nederland in 1996 op een relatief talrijk optreden in de voorgaande herfst en winter. Hetzelfde was het geval bij sommige 'sprongen' in de populatietoename. Waarnemingen ver buiten de broedgebieden zijn schaars. Middelste Bonte Spechten zijn inmiddels echter tot op de Waddeneilanden waargenomen.