Middelste Bonte Specht

Wetenschappelijke naam

Dendrocoptes medius

Engelse naam

Middle Spotted Woodpecker

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

825-950 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij zeldzaam

Middelste Bonte Specht

Dendrocoptes medius

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

20 februari t/m 20 juni

Tijd van de dag

Vooral 's ochtends, maar in maart-april ook overdag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, letten op territorium- of nestindicerend gedrag: roepsessies (nasaal 'wééh..wééh' en serie 'biek-biek-biek' roepjes), paar aanwezig, bezoek nesthol, bedelende jongen in nest enz. Gebruik van recorder (beide roepgeluiden) stimuleert roepactiviteit, maar moet spaarzaam worden toegepast i.v.m. verstoring en interpretatieproblemen (vogels kunnen van grote afstand op geluid afkomen).
LET OP: Onervaren waarnemers kunnen zich vergissen met opgewonden 'kik...kik' roepjes van Grote Bonte Specht (bij Middelste Bonte Specht neigt de roep echter naar een zwakke ''u'klank, roepjes ook minder schel) en moeten de maker van het geluid in beeld trachten te krijgen. Oppassen voor uitgevlogen jonge Grote Bonte Spechten (vanaf begin juni): hebben rode tekening op kop.
Ongepaarde mannetjes bestrijken grote gebieden en kunnen lang doorgaan met roepsessies (vooral 'wééh..wééh' geluid), terwijl broedvogels na half april zeer stil kunnen zijn. Ze kunnen aanleiding zijn tot serieuze overschatting van de aantallen!
Beide geslachten manifesteren zich nadrukkelijk op broedplaats; ze zijn aan kleedkenmerken te herkennnen, maar dit is vaak lastig (hoog in de bomen, beweeglijk). Bij zeer intensief waarnemen en fotograferen zijn alle vogels individueel herkenbaar.
Grote nestjongen (begin juni) bedelen fanatiek en het geluid is met enige ervaring te onderscheiden van dat van Grote Bonte Specht. Tips: soort broedt gemiddeld iets later dan Grote Bonte Specht; adulten met voer arriveren zwijgzamer bij nest en met grotere pauzes (Grote Bonte Specht vaak iedere 10 minuten); uit het nest hangende jongen herkenbaar aan ontbreken zwarte streep tussen oog en rode kruin (informatie B. Veenstra).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 20 februari t/m 20 juni

In overige gevallen (adult in broedbiotoop):
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 april t/m 1 juni

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Hoogste broedcode opgeven bij gevallen binnen bekende broedgebieden (Twente, Achterhoek, Rijk van Nijmegen, Noord-Brabantse landgoedbossen, Zuid-Limburg). Elders broedgevallen graag zorgvuldig documenteren, met per datum hoogste broedcode.
SOVON garandeert desgewenst geheimhouding exacte locatie!

Bijzonderheden

Sinds 1996 jaarlijkse broedvogel met sterke populatietoename (350 paren in 2011). Verdere uitbreiding valt te verwachten, ook buiten de zuidoostelijke helft van het land.

Broedbiologie

Bewoont vrij oude en veelal vrij open loofbossen, zowel hardhout- als zachthoutsoorten. Aanwezigheid bomen met ruwe stam (eik, linde, els, wilg, populier) en hoog aandeel dood staand hout vaak markant binnen broedbiotoop. Aangrenzende hoogstamboomgaarden of parken worden geregeld gebruikt, in Duitsland ook in bosjes van 2-3 ha in halfopen landschap. Eileg eind april tot begin juni. Eén broedsel per jaar, meestal 5-6 eieren, broedduur 11-14 dagen, nestjongenperiode 20-23 dagen. Nesten kunnen, ook in Nederland, in optimale situaties op 250 m of minder van elkaar liggen.

Literatuur

de Bruijn O. & Wouda S. 2011. Het intieme leven van de Middelste Bonte Specht op Twickel onthuld door territoriumkartering op basis van individuele herkenning. Vogels in Overijssel 10: 88-109.