Grote Bonte Specht

Wetenschappelijke naam

Dendrocopos major

Engelse naam

Great Spotted Woodpecker

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

55.000-65.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Grote Bonte Specht

Dendrocopos major

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 maart t/m 30 juni

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Roffelende vogel (beide partners kunnen roffelen, al is roffel van vrouwtje zachter en vindt deze vaak plaats in duet met het mannetje; probeer geslacht vast te stellen bij vogels die dicht bijeen roffelen), paar (druk roepen kan zowel paar betreffen als rivaliserende vogels; achtervolgingsvlucht betreft doorgaans het verjagen van een indringer, een activiteit waaraan beide partners deelnemen), uithakken nesthol (harde, nadrukkelijke en rustige kloppen), bewoond nest (let op verse spaanders onderaan stam) en bedelende jongen (goed hoorbaar vanaf tiende dag, vanaf eind mei uit nesthol hangend, doordringend geluid van verre hoorbaar, oudervogel met voer vaak fel alarmerend).
LET OP: Het is belangrijk om waarnemingen zo zorgvuldig mogelijk te noteren. Probeer bij zichtwaarneming geslacht vast te stellen (mannetje met, vrouwtje zonder rood achterhoofd), houd aparte tekens aan voor verschillende typen waarneming (zodat roffelende vogels bij interpretatie te onderscheiden zijn van roepende) en teken verplaatsingen in. Extra aandacht besteden aan het vinden van bezette nesten is uitermate zinvol.
In sommige gebieden overwinteren Grote Bonte Spechten zonder tot broeden te komen. Oppassen met maartwaarnemingen in zulke gebieden (roffelen en staccato roepende vogels vormen indicatie voor territorium) en probeer later in het seizoen duidelijkheid te krijgen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 1 maart t/m 30 juni
bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 1 maart t/m 30 juni

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Dichtheden kunnen plaatselijk hoog zijn, waarbij onderschatting van de werkelijke aantallen kan optreden (probeer dan zoveel mogelijk uit te gaan van bezette nesten). Anderzijds kunnen de activiteitsgebieden in minder optimale habitats relatief groot zijn, waardoor overschatting van de aantallen kan optreden. Specht-achtig kloppen met stok tegen stam kan vogels aanlokken of tot roepen aanzetten.
Nestelt in zowel dode als levende bomen, met een voorkeur voor loofbomen. Maakt in ongeveer de helft van de gevallen een nieuw hol maar kan ook jarenlang in een oud hol broeden, vooral in gebieden met weinig nestbomen. Nieuwe nestopeningen zijn rond en aan de voorkant voorzien van een schuin oplopende entree (die bij oude holen verdwijnt).

Broedbiologie

Broedt in allerlei bostypen incl. parken, ook wel in agrarisch cultuurlandschap met lanen en veldbosjes. Eileg half april tot eind mei. Eén broedsel per jaar, meestal 5-7 eieren, broedduur 10-12 dagen, nestjongenperiode 20-23 dagen,jongen worden na uitvliegen nog max. 10 dagen gevoerd.

Broedtijd

Hoe meer bos, hoe meer Grote Bonte Spechten. De dichtheid van deze soort is dan ook het hoogst in de zwaar beboste delen van de zandgronden. Sinds 1975 breidde deze specht zich echter ook uit over de opener delen van het land, zodat hij tegenwoordig alleen nog in de meest boomloze landschappen ontbreekt. De opmars in Laag-Nederland was mogelijk door de toename van opgaande beplanting aldaar. De landelijke stand neemt nog steeds toe, iets dat bevorderd wordt door toenemende ouderdom van het Nederlandse bos en extensiever, op meer natuurlijk bos gericht beheer. In beide gevallen betekent dit meer voedsel en nestgelegenheid voor de Grote Bonte Specht.

Buiten broedtijd

Nederlandse Grote Bonte Spechten blijven in of nabij het broedgebied. In sommige najaren lijkt er doortrek op te treden, maar het kan deels gaan om lokale verplaatsingen. Uit het verre verleden zijn echter kleine invasies bekend, bijvoorbeeld op de Waddeneilanden waar toen nog vrijwel geen Grote Bonte Spechten nestelden. Vermoedelijk ging het om vogels met een noordelijke of oostelijke herkomst.