Groene Specht

Wetenschappelijke naam

Picus viridis

Engelse naam

European Green Woodpecker

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :-
Broedpopulatie

8000-9500 (2013-2015)

Geschat maximum winter

25.000-30.000 (2013-2015)

Geschat maximum doortrek

Broedvogel - jaarrond aanwezig

Groene Specht

Picus viridis

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 maart t/m 31 mei

Tijd van de dag

Vooral in de ochtend.

Aanwijzingen

Roepende vogels, met zichtwaarnemingen als aanvulling. Baltsroep (lach, vooral maart-begin mei, ongepaarde vogels ook later) wordt door beide geslachten voortgebracht; let dus bij simultaan roepende vogels op de onderlinge afstand en het optreden van conflicten (bij korte afstand en geen conflict: waarschijnlijk een paar). Vluchtroep (geagiteerd 'kruu..kruu') is niet territoriaal, roffelen komt vrijwel niet voor.
LET OP: Soort kan zich snel over grote oppervlakte verplaatsen en daarbij op verschillende ver uit elkaar liggende plekken roepen, zowel in grote bossen als in halfopen gebied met kleine bosjes. Teken vliegrichting in en schenk speciale aandacht aan uitsluitende waarnemingen. Foeragerende vogel (op de grond: mieren!) kan op grote afstand van nest zijn. Kans op nestvondst is niet groot, maar nest is wel karakteristiek (zie Bijzonderheden). Waarnemingen na half juni op locaties waar niet eerder Groene Spechten vastgesteld zijn, kunnen uitgevlogen jongen van elders betreffen.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, nestbezoek, bezet nest) telt altijd.


In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
bij 1-12 geldige bezoeken: 1 waarneming in de periode 1 maart t/m 31 mei
bij 13+ geldige bezoeken: 2 waarnemingen waarvan 1 in de periode 1 maart t/m 31 mei

Fusieafstand

1000 m

Bijzonderheden

Broedt nagenoeg altijd in levende loofbomen. Hakt soms nieuwe holte, maar gebruikt vaak oud hol (zitten vaak in clusters bijeen). Holen met kenmerkende ronde of ovale opening en (i.t.t. andere spechten) niet zelden in deel van stam waar zijtakken ontspruiten, vaak op verdikking in de stam.
Zeer broedvast, verlaat nooit het nest bij kloppen tegen de stam en komt daarna ook niet kijken, (zoals Grote Bonte Specht). Nestjongen met amper hoorbaar zacht krakend bedelgeluid (i.t.t. luidruchtige Grote Bonte Spechten), behalve rond uitvliegen (luid roepend).

Broedbiologie

Tegenwoordig vooral in kleine (loof)bossen en halfopen cultuurlandschap met verspreide bosjes of houtwallen, weinig in aaneengesloten bos en dan vooral aan de randen of bij kaalkappen enz. Nestelt in loofboom. Eileg half april tot half mei. Eén broedsel per jaar, meestal 5-8 eieren, broedduur 14-15 dagen, nestjongenperiode 23-27 dagen, familie blijft nog 3-7 weken intact of wordt verdeeld onder beide ouders.