Bijeneter

Wetenschappelijke naam

Merops apiaster

Engelse naam

European Bee-eater

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

8 (2016)

Geschat maximum winter/doortrek

-

Bijeneter

Merops apiaster

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin mei t/m augustus

Datumgrenzen

1 juni t/m 15 augustus

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen in geschikt biotoop (vliegende vogels met kijker volgen), speciaal letten op aanwezigheid individu/paar in geschikt broedbiotoop (let op 'pruu...pruu' roep), balts, nestbouw, voedseltransport en bezoek nesthol (jongen zitten in late broedfase in opening).
LET OP: Attentie bij waarneming in de ruime omgeving van steilranden (potentiële broedplaats). Controleer oeverzwaluwkolonies bij waarneming van pleisterende Bijeneter. Holen van succesvolle broedparen zijn ook na de broedtijd in augustus-september nog herkenbaar (resten van grotere insecten in en onder hol, duidelijke pootsporen).

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 juni t/m 15 augustus

Fusieafstand

1000 m

Documentatie

Gedetailleerde documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode.

Bijzonderheden

Soort broedt tegenwoordig vrijwel jaarlijks met een of enkele paren in ons land, al blijven succesvolle broedpogingen zeldzaam. Gezien ontwikkelingen in omringende landen is toename in aantal broedgevallen te verwachten.

Broedbiologie

Nestelend in steilwanden van groeves en rivieren. Eileg eind april tot eind juni. Eén broedsel per jaar, meestal 5-7 eieren, broedduur 20-22 dagen, nestjongenperiode 31-33 dagen. Soortgenoten (ongepaarde vogels, en mislukte broedvogels) kunnen helpen bij aandragen voedsel. Paren met uitgevlogen jongen blijven vaak nog enige tijd in (zeer ruime) omgeving van broedplaats hangen.

Broedtijd

De Bijeneter nestelde in 1964 voor het eerst in ons land. Vanaf de eeuwwisseling lijkt hij zich te ontwikkelen van incidentele tot bijna jaarlijkse broedvogel. Dat past binnen een noordwaartse uitbreidingstendens in Europa, mogelijk samenhangend met klimaatverandering. Het gaat bij ons per jaar om hooguit een handvol broedparen, die doorgaans een afgraving uitkiezen.

Buiten broedtijd

Waarnemingen werden tot en met 1992 beoordeeld door de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna, daarna geregistreerd door Sovon en Waarneming.nl. Bijeneters worden in ons land vrijwel uitsluitend waargenomen tussen eind april en half oktober. Ongeveer de helft van de waarnemingen valt in mei en begin juni, met de beste kansen bij aanhoudende winden tussen zuid en oost. Eind juli en begin augustus is er een kleine opleving. Relatief veel waarnemingen stammen uit het kustgebied. Meestal gaat het om solitaire vogels of duo's, een enkele maal om groepen tot een tiental of meer.