Gierzwaluw

Wetenschappelijke naam

Apus apus

Engelse naam

Common Swift

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

30.000-60.000 (1998-2000)

Geschat maximum winter/doortrek

groot aantal

Gierzwaluw

Apus apus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Eind april t/m juli

Datumgrenzen

15 mei t/m 15 juli

Tijd van de dag

Gehele dag, bij voorkeur van 18:00 u tot zonsondergang.

Aanwijzingen

Meest geschikte periode om te tellen is 1 juni-15 juli (daarvoor zijn niet alle broedvogels aanwezig, daarna vliegen jongen uit). Nestentelling levert beste resultaten op maar kost veel tijd (15-30 minuten posten per strategisch gekozen plek, van waaruit verschillende potentiële nestlocaties overzien kunnen worden). Indien onmogelijk: alle laagvliegende vogels noteren, met onderscheid tussen luidruchtige vluchten op huishoogte en bezoek van (waarschijnlijke) nestplaats. Hoogvliegende vogels negeren (in tegenstelling tot aanwijzingen bij Meetnet Urbane Soorten).
- Vluchten op huishoogte
Groepje vliegt gierend door de straten ter hoogte van de daken; houd in de gaten over welke afstand ze zich verplaatsen. Hoogste aantal per deelgebied aanhouden en delen door 1,5.
- Bezoek waarschijnlijke nestplaats
Vogel duikt in razende vaart onder dakgoot, achter regenpijp, dakkapel, dakpan, gat in de muur enz., of verschijnt plotseling uit zo'n plek. Niet te verwarren met bouncen, zie hieronder.
LET OP: Alleen tellen bij goede weersomstandigheden (droog, weinig wind), telling in de ochtenduren minder zinvol (vogels minder luidruchtig), telling bij langdurig koud en nat weer zinloos (broedvogels elders of stil op het nest). Aandeel niet-broedende vogels in de populatie hoog. Deze vogels verblijven deels buiten broedbiotoop of houden zich hoog in de lucht op (avondvluchten steeds hoger schroevend), maar kunnen ook bouncen: potentiële nestplaats aanvliegen (onder roepen) en dan even in de lucht blijven hangen (waarschijnlijk bedoeld als check voor lege nestplek; roept vaak reactie op van aanwezige broedvogel).
Potentiële nestplaats vrijwel nooit onder de 3 m (in verband met aan- en afvliegen) en doorgaans niet in onmiddelijke omgeving van bomen.

Interpretatie

Maximum aantal gelijktijdig bezette nesten tellen (in- en uitvliegende vogels) of het maximum aantal laag vliegende vogels (periode 15 mei-15 juli) delen door 1,5.

Fusieafstand

2500 m

Bijzonderheden

In verband met het veelvuldig voorkomen van overtredingen van de Flora & Faunawet (bij sloop, renovatie, onderhoudswerkzaamheden) is DLG (Dienst Landelijk Gebied) bezig om een Soortenstandaard voor de Gierzwaluw op te stellen (verschijnt in de loop van het voorjaar 2011). Hierin staat informatie over de soort, leefwijze en aanwijzingen voor mitigerende en compenserende maatregelen.

Broedbiologie

Broedt in kolonies in steden en dorpen, lokaal ook in gehuchten en solitaire gebouwen. Eileg van begin mei tot begin juli, met piek in tweede helft mei en eerste helft juni. Eén broedsel per jaar, meestal 2-3 eieren, broeddduur 18-22 dagen, nestjongenperiode gemiddeld 42 dagen (maar met enorme afwijkingen in verband met weersomstandigheden: 37-56 dagen), jongen na uitvliegen meestal snel weggetrokken (net als oudervogels).
Gierzwaluwen zijn tot enkele dagen voor het uitvliegen van de jongen gevoelig voor nestverstoring. Het volgen van nesten gebeurt daarom bij voorkeur m.b.v. cameraregistratie.

Intro

Hieronder worden aanwijzingen gegeven om nesten te vinden en hun lotgevallen te volgen. Ze zijn uitsluitend bedoeld voor onderzoek in het kader van het Nestkaartenproject of verwante projecten. Belangrijk: ga niet zelf op pad (nesten zoeken is verboden), maar meld je aan bij Sovon (nestkaart@sovon.nl). Voor het nestonderzoek is namelijk een speciaal registratiebewijs nodig, waarmee je geen ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig hebt. Voor beschermde soorten in voor het aangewezen Natura 2000-gebieden heb je daarnaast een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig om de nesten te mogen bezoeken. Nesten zoeken zonder registratiebewijs en/of vergunning is illegaal, los van de zelf te regelen toestemming van de terreineigenaar. De onderzoeker wordt geacht zich volledig te houden aan de aanwijzingen in de projecthandleiding (De nestkaart, hoe, wat, waarom). www.sovon.nl/nl/content/nestkaarten

Tijd van het jaar

Begin mei tot eind jul. Legpiek van half mei tot ver in juni. Eén broedsel per jaar.

Nesthabitat

In grotere steden en dorpen, vaak in oude gebouwen (meer dan halve eeuw oud, o.a. kerktorens), maar bij geschikte nestgelegenheid ook in recentere gebouwen (inclusief flats) en soms zelfs nieuwbouw.

Nest

In woonhuizen graag in holle onderste dakrand of onder dakpannen van puntgevel, in kerktoren op zolder, in flatgebouwen in holtes of spleten, soms aan onderzijde (mits bereikbaar – flat op poten – en geschikt afgewerkt); nest doorgaans dichtbij invlieggat (inclusief ‘gierzwaluwsteen’). Accepteert speciale nestkasten. Nest wordt gebouwd door vrouwtje, met hulp van mannetje. Ondiep nest met strootjes, ander plantenmateriaal en veren, met spuug verstevigd.

Aanwijzingen

In woonhuizen nesten lokaliseren door geduldige observatie vanaf overzichtelijk punt. Krijsende groepjes op dakgootniveau goed volgen. Let op aanvliegen van ingang en in- en uitvliegende vogels. Partners lossen elkaar iedere twee uur af bij bebroeding ; voederfrequentie bij nestjongen vergelijkbaar. Overige bereikbare nestplekken (kerktorens) systematisch afzoeken. Nestelt op geschikte plekken (kerktorens of andere grote gebouwen) semi-koloniaal, in woonwijken solitair maar doorgaans op relatief korte afstanden van buurparen.

Attentie

Gierzwaluwen zijn mogelijk gevoelig voor verstoring, vooral in de eifase. Inspectie door middel van permanente cameraopstelling is daarom aan te bevelen.

Bijzonderheden

Groot aandeel niet-broedende vogels in de zomerpopulatie. Zulke vogels kunnen nestplek bezet houden. Bezette nesten doorgaans herkenbaar aan poepjes op de muur onder de invliegopening. Nestplekken soms jarenlang bezet.

Meer informatie

Broedtijd

Gierzwaluwen broeden in Nederland alleen binnen de bebouwing. Ze nestelen, veelal in losse kolonies, graag in wat oudere stadswijken of grote gebouwen. Ze mijden nieuwere bebouwing niet, mits nestgelegenheid voorhanden is. In grote steden met veel variatie in bebouwing kunnen Gierzwaluwen talrijk zijn, bij verspreide bebouwing op het platteland ontbreken ze vaak en dat geldt ook voor een deel van de kleinere dorpen. De aantallen zijn lastig vast te stellen door de aanwezigheid van grote aantallen niet-broedende vogels, het kortstondige bezoek aan nestplekken en andere inventarisatieproblemen. Ook de aantalsontwikkeling is onduidelijk, al is een afname bekend van ingrijpend gerenoveerde wijken en gebouwen. De verdwijning van kolonies alhier kan echter (ten dele?) gecompenseerd zijn door een meer verspreide (en minder opvallende) vestiging elders.

Buiten broedtijd

De aankomst vindt plaats in de tweede helft van april en in mei. De doortrek houdt aan tot in juni en kan bij oostenwinden langs de kust, vooral bij Breskens, vele duizenden trekkers per dag opleveren. Slechtweerperioden tijdens de zomermaanden veroorzaken een tijdelijke lokale verdwijning van vooral niet-broedende vogels. Ze concentreren zich boven voedselrijke gebieden in de verre omgeving, zoals moerassen en open water, of verkassen over soms honderden kilometers. De hoofdmacht van de Gierzwaluwen verlaat Nederland eind juli. De staart van de wegtrek, die aanhoudt tot in september en incidenteel oktober, kan in sommige jaren (met een door slecht weer verlaat broedseizoen) vrij omvangrijk zijn.