Nachtzwaluw

Wetenschappelijke naam

Caprimulgus europaeus

Engelse naam

European Nightjar

Rode Lijst

Kwetsbaar

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

2600-2900 (2014)

Geschat maximum winter/doortrek

klein aantal

Nachtzwaluw

Caprimulgus europaeus

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin mei t/m augustus

Datumgrenzen

15 mei t/m 10 augustus

Tijd van de dag

In schemer en tijdens rustige, zwoele nachten met volle maan. Start zang 's avonds 10-70 minuten na zonsondergang (het vroegst bij bewolkt weer, het laatst bij helder weer), einde zang 's ochtends 60-30 minuten voor zonsopkomst.

Aanwijzingen

Alle waarnemingen noteren, met nadruk op zang (ratel), roep (paddengeluid), vleugelklappen en alarm. Gebruik recorder kan territoriale activiteit stimuleren, maar pas op voor overdadig gebruik i.v.m. verstoring en probeer eerst zonder nabootsing te tellen. Bij hoge dichtheden (plaatselijk gangbaar) uitgaan van maximaal aantal gelijktijdig geregistreerde paren/mannetjes.
Wees alert op verplaatsingen (vogels gebruiken vaak verschillende zangposten, soms gescheiden door ongeschikte habitat zoals gesloten bos). Met name bij recordergebruik kunnen vogels forse afstanden afleggen. Solitaire paren reageren vaak niet op recorder en zijn soms opmerkelijk stil. Ze ratelen rond een uur na zonsondergang enkele minuten spontaan.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 mei t/m 10 augustus

Fusieafstand

300 m

Bijzonderheden

Na aankomst in broedgebied komt de zang langzaam op gang en vindt zijn hoogtepunt normaliter in de laatste mei- en eerste junidecade, maar is sterk afhankelijk van weersomstandigheden. Lage temperatuur en neerslag kunnen zang negatief beïnvloeden, maar dat is niet altijd het geval. Zang van vroege schemer totdat het volledig donker is, in ochtend vanaf eerste schemer en ongeveer een uur aanhoudend, bij zonnig en windstil weer ook wel eens overdag. Ratelen, vleugelklappen en 'kroe-iek' door mannetje voortgebracht, zelden door vrouwtje. Wanneer vrouwtje ratelt, is dat nooit zo aanhoudend en luid als mannetje, het is eerder een zacht snorren.

Broedbiologie

Gebonden aan halfopen heide en open bossen op zandige bodem. Geen nest, eieren op kale bodem. Eileg meest van begin juni tot begin augustus. Eén of twee broedsels per jaar (tweede broedsel ineengeschoven met eerste), 2 eieren, broedduur 16-21 dagen, jongen met 30-35 dagen zelfstandig (vanaf dag 15 vliegpogingen).

Literatuur

Bult H. 2002. Nachtzwaluwen Caprimulgus europaeus onder de rook van Antwerpen. Limosa 75: 91-102.

Broedtijd

Op enkele paren in de duinstrook na broeden alle Nachtzwaluwen op de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland. De soort nestelt hier op heidevelden met enige opslag, aan randen van stuifzanden en regionaal op open plekken in naaldbos. De Veluwe, Noord-Brabant en Noord-Limburg nemen een groot deel van de landelijke populatie voor hun rekening. De stand van de Nachtzwaluw nam vanaf 1950 of eerder af, onder andere door ontginning van broedgebieden. Deze afname hield lang aan en de soort verdween in het laatste kwart van de twintigste eeuw uit veel kleine of geïsoleerd liggende heidevelden. Sindsdien herstelden de landelijke aantallen spectaculair, maar de verloren gegane terreinen werden niet allemaal opnieuw bezet. De recente opleving is deels bevorderd door selectieve boskap en andere vormen van heideherstel die tot vergroting van broedhabitat leiden.

Buiten broedtijd

Nachtzwaluwen arriveren in de laatste dagen van april en de eerste helft van mei in ons land. Ze verlaten het in augustus en september. Uit het verleden zijn uit de nazomer kleine samenscholingen op voedselrijke plekken bekend; het is onbekend of dit verschijnsel nog voorkomt. Van doortrek valt bij deze nachttrekker weinig te merken, op spaarzame waarnemingen ver buiten de broedgebieden na.