Aalscholver

Wetenschappelijke naam

Phalacrocorax carbo

Engelse naam

Great Cormorant

Rode Lijst :-
Ramsar 1% :6200
Broedpopulatie

22.000-22.500 (2016)

Geschat maximum winter

29.000-38.000 (2013-2015)

Aalscholver

Phalacrocorax carbo

Methode

Nesten tellen

Tijd van het jaar

Half februari t/m eind juni

Datumgrenzen

15 maart t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Minimaal eenmaal de bezette nesten tellen, zo mogelijk tweemaal (in mei en juni). Alle nesten tellen met broedende vogel of zichtbare nestjongen, naast nesten met poep of adulte vogel(s)in onmiddellijke omgeving. Let op voedselvluchten (vinden plaats tot op 10-30 km van de kolonie!) en invallende vogels op potentiële broedplaatsen.
LET OP: Door stormschade, verstoring e.d. soms verplaatsingen in het seizoen. Grote of onoverzichtelijke kolonies verdelen in trajecten (teken in op kaart) en aantal per traject tellen of schatten. Na de bladval in het najaar eventueel een controle uitvoeren (zijn er sinds de laatste telling nieuwe nesten bijgebouwd?).
Nesten tellen van afstand met kijker of telescoop; kolonie niet betreden i.v.m. verstoringsgevaar (grote jongen kunnen uit nest vallen).

Interpretatie

Hoogste aantal gelijktijdig bezette nesten aanhouden in periode 15 maart-30 juni.

Fusieafstand

500 m

Bijzonderheden

Nieuwe vestigingen beginnen doorgaans met kleine aantallen, vaak op locaties waar eerder concentraties niet-broedvogels voorkwamen (slaapplaatsen). Niet-broedende vogels (niet geslachtsrijp) houden zich in broedkolonies op (arriveren later dan adulten).
Soms gezamenlijk broedend met Blauwe Reiger (nest van Aalscholver dan herkenbaar aan grover materiaal) of grote meeuwen.

Broedbiologie

Zowel in zoete als zoute milieus broedend. Meestal nestelend in moerasbos, maar ook op duinbodems (Waddeneilanden), kunstmatige eilanden, platforms e.d.
Geslachtsrijp vanaf derde levensjaar. Eén broedsel per jaar (los van vervolglegsels na mislukking). Datum van eerste eileg binnen kolonies zeer variabel (maar vooral april-juni). In sommige jaren al vanaf eind januari eileg, aanhoudend tot in de zomer. Meestal 3-4 eieren, broedtijd 23-30 dagen, nestjongenperiode ca. 50 dagen .

Tijd van het jaar

Hele jaar, hoogste aantallen half juli tot en met april.

Tijd van de dag

Van 1,5 u na zonsopgang tot 2 u voor zonsondergang, in getijdengebied rond hoogwater.

Aanwijzingen

- Alle geschikte terreindelen bezoeken
- Alleen vogels met terreinbinding tellen (dus niet hoog overvliegende)
- Min of meer vaste route door terrein, maar alert zijn op nieuw ontstane (tijdelijk) geschikte plekken
- Min of meer gelijke tijdsinspanning bij herhaalde bezoeken

Bijzonderheden

- Zowel solitair als in groepen tot vele honderden of meer
- Grootste concentraties meestal op locaties vrij van directe verstoring
- Op water, kale oevers, eilanden of in bomen
- Groepen duiken soms simultaan (‘sociaal foerageren’)
- Zowel op grote als kleine wateren (sloten) en regelmatig in stedelijk milieu (vijvers, rustende vogels op lantaarnpalen en daken)
- In getijdengebieden verplaatsingen o.i.v. getij

Tijd van het jaar

Begin juli tot en met april.

Tijd van de dag

Avond: van 3 uur voor zonsondergang tot 1 uur erna
Ochtend: van 1 uur voor zonsopgang tot 2 uur erna
Zowel ´s ochtends als ´s avonds te tellen (onoverzichtelijke slaapplaatsen: ochtend)

Aanwijzingen

- Slaapplaats lokaliseren door volgen van slaaptrek in avond (richting belangrijk!) of evt. gericht bezoeken van geschikte locaties rond zonsondergang
- Oppassen met voorverzamelplaatsen (vogels verkassen nog)
- Zoek telpunt met goed uitzicht op aan/afvliegende vogels
- Tegenlicht prettig want houdt vogels langer zichtbaar
- Grote slaapplaatsen met meerdere mensen tellen
- Vogels arriveren bij helder weer gemiddeld later dan bij donker weer
- Bij aanvang van telling aanwezige vogels noteren
- Vervolgens aan- of uitvliegende vogels noteren

Bijzonderheden

- Slaapplaatsen zowel in hoge boomgroepen bij water als op kale zandplaten, eilandjes etc.
- Overdag vaak rustende vogels op slaapplaats (veel poep!)
- Aalscholvers arriveren vaak vroeg op de slaapplaats en blijven lang vliegerig. Bij onoverzichtelijke slaapplaatsen zijn ochtendtellingen dan te prefereren.
- Vogels vertrekken in lange slierten
- Let op kleurringen (zie http://www.cr-birding.org/ voor projecten)