Halsbandparkiet

Wetenschappelijke naam

Psittacula krameri

Engelse naam

Rose-ringed Parakeet

Rode Lijst

-

Ramsar 1%

-

Broedpopulatie

3200 (2010)

Geschat maximum winter/doortrek

vrij groot aantal

Halsbandparkiet

Psittacula krameri

Methode

Territoriumkartering

Tijd van het jaar

Begin februari t/m eind juni

Datumgrenzen

1 februari t/m 30 juni

Tijd van de dag

Gehele dag.

Aanwijzingen

Beste periode is vóór het uitlopen der bomen. Paren bij geschikte nestplaats (natuurlijke holen in oude platanen of andere loofbomen, meestal van spechten; zelden in grote nestkasten, soms in gebouwen) met speciale aandacht voor balts (incl. baltsvoedering en copulatie, vaak vlakbij nesthol), agressie jegens andere vogels in de directe omgeving van het nest (aangekondigd door samentrekken van pupil, waarbij de bleke iris vergroot), nestbouw (ook vogel met houtmolm op verenkleed en kromme staart bij geschikt nesthol!), alarm en nestbezoek (grotere jongen worden in nestopening gevoerd). Vogel bij nesthol (mannetje zit aan begin broedtijd vaak langdurig zacht te kwetteren bij hol, zonder verdere bezigheid) rekenen als territoriale waarneming.
LET OP: Niet-broedende vogels hangen vaak in groepjes rond op een broedplaats. Hierdoor kan overschatting van het broedbestand optreden. Ze worden van het nesthol verjaagd door het broedpaar. Ook conflicten met Kauwen zijn een goede indicatie voor territoriaal gedrag.
Vaak met meerdere paren bijeen nestelend en dan vaak luidruchtig (maar kunnen verrassend ongemerkt nestholte verlaten), soms verschillende paren in dezelfde boom broedend. Solitaire paren zijn veel onopvallender. Geen duidelijk territoriaal gedrag, voedselvluchten tot 3 km van nest. Soms samen met Grote Alexanderparkiet broedend, waarbij hybridisatie voorkomt.
Ook in het najaar en de winter kunnen Halsbandparkieten nestholtes inspecteren.

Interpretatie

Nestindicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm) telt altijd.

In geval van paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 februari t/m 30 juni

Fusieafstand

500 m

Documentatie

Broedgevallen buiten Randstad nog zeldzaam (Zwolle, Vlijmen). Nieuwe vestigingen graag goed documenteren (geef hoogste broedcode).

Bijzonderheden

Exoot, sinds midden jaren zestig in Nederland broedend. Populaties in grotere gebieden zijn het best vast te stellen via slaapplaatstellingen. Omdat vogels tot 30 km naar een slaapplaats kunnen vliegen, zijn simultaantellingen op alle bekende slaapplaatsen een geschikt middel om regionaal of zelfs landelijk een beeld te krijgen van de aantallen. Zulke tellingen worden sinds enkele jaren georganiseerd.

Broedbiologie

Broedt bij ons meestal in parken of parkachtige landschappen. Eileg van begin februari tot begin mei. Eén broedsel per jaar, meestal 3-4 eieren, broedduur 22-24 dagen, nestjongenperiode 49-50 dagen.

Broedtijd

Halsbandparkieten, afstammelingen van ontsnapte of losgelaten kooivogels, broeden vanaf 1968 in ons land. Snel toenemende aantallen koloniseerden achtereenvolgens Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Kleinere aantallen vestigden zich in andere steden in het westen en midden van het land, waaronder Haarlem, Leiden en Utrecht. Rond het jaar 2000 nestelden er minstens 220 paartjes in Nederland. Ze broeden gewoonlijk in holtes van oude bomen in parken en lanen, soms ook in grote nestkasten en muurnissen.

Buiten broedtijd

De soort blijft jaarrond in de ruime omgeving van de broedplaats. Waarnemingen in Oost- en Zuid-Nederland zijn dan ook schaars. In de broedgebieden verzamelen zich 's avonds grote groepen op gemeenschappelijke slaapplaatsen. De aantallen hier geven de beste indruk van de landelijke populatie, aangezien maar een klein deel tot broeden komt. In de winter van 2011/12 werden op tien slaapplaatsen in totaal bijna 12.000 Halsbandparkieten geteld. De grootste slaapplaats lag in Den Haag met ruim 4000 vogels.